Zij van dat Eiland

Over het wel en wee op een eiland in de Atlantische Oceaan

Wintertijd

We hebben regen gehad!!

Schreef ik onlangs dat er niet zoveel regen is gevallen, afgelopen vrijdag hadden we zowaar een échte regenachtige dag. En wat genoot ik daarvan! ….En wat klinkt dat gek als je uit een land komt waar er vaak op regen gemopperd wordt 🙂

Het begon eigenlijk op donderdagmiddag al. Terwijl we buiten stonden te praten vielen de eerste dikke druppels en trokken we snel alles naar binnen. Het werd een heuse regenbui met plassen op de straten! Op vrijdagochtend kwam het met bakken uit de hemel. De hele grijze, stoffige natuur kon genieten van een heerlijke douche!! Maar, het ging voor het mooie nét even te hard. Het water gutste óver het land en had weinig tijd om echt in de droge grond te zakken. (toch even mopperen.. )

We zijn tussen de middag in de auto gestapt en over een smalle weg een stuk de bergen in gereden. Alles is dan zó mooi groen! En als je uitstapt, hoor je overal water ruizen. En het ruikt…. alsof je verse groenten en kruiden aan het snijden bent voor een soep, zó lekker!

Foto: Mirjam Polman

In de auto is het dan oppassen want het regenwater vormt snelstromende riviertjes met modder en stenen, dwars over de weg heen. Opgedroogde olie en vuil van maanden maakt dat de weg een zeepbaan wordt bij zoveel regen. Of er schuift een grote berg rotsen en stenen de weg op, onder druk van het water wat zich een weg baant.

De regen was maar van korte duur, halverwege de vrijdag werd het weer zonnig en viel er steeds minder vaak een buitje. Het was niet te vergelijken met 2018, toen er veel regen viel en het met enorme kracht van de bergen kwam.

Ongeveer op dezelfde plek als de eerste foto, maar nu in 2018. Je ziet de watervallen en het regenwater wat zich verzamelt in het ravijn (een barranco). (foto: Gomera Verde)

Deze enorme hoeveelheid water zocht zich een weg via de barranco naar het aangelegde stuwmeer. Er moesten sluizen open, want het stuwmeer zou anders overstromen….

Foto: Gomera Verde

Ook dan valt het water in een diepe natuurlijke geul die men verstevigd en verhoogd heeft. Hierdoor kan het water redelijk gecontroleerd naar zee wegstromen. Die geul, de barranco, staat eigenlijk altijd droog. We wandelen er weleens in, het lijkt op een droge rivierbedding met aan aan zijkanten versteviging in de vorm van muren. Als er zoveel water doorheen komt, wordt het een woest kolkende rivier die alles mee sleept.

vlakbij zee, met zicht op de bergen, 6 km landinwaarts. Rechts wordt het overvloedige regenwater uit de stad geloosd. (foto: Mirjam)

Hieronder een indruk hoe dat eruit zag. Men film van stad tot in de bergen.

Bron: Gomera Today

Uiteindelijk kwam al het overtollige regenwater wat niet meer opgevangen kon worden, uit bij de zee. En daar ontstond een vreemd beeld. Een dikke stroom chocolademelk-kleurig regenwater wat met kracht de blauwe zee in stroomde. De branding en het chocolademelk-kleurige regenwater stroomden en golfde tegen elkaar in. Een bijzonder schouwspel – kijk zelf…

Bron: Ewold Polman

Zondag

Zondag… Sinds kort is dat ook voor ons een vrije dag. Samen met maandag vormt het ons weekend, tenzij er cruiseschepen gepland staan, dan gooien we de winkel bij uitzondering open.

Zondag is echt zo´n dag om los te komen van het werk. Het begint vaak met een ontbijtje buiten en een wasmachine die aan het werk gezet wordt. Vaak ga ik daarna de keuken in om “voorwerk” te doen: maaltijden maken voor de week die komt. Al heb ik een ouderwets drie-pits gasfornuis tot mijn beschikking met daaronder een oven die een beetje eigenwijs is, we komen een heel eind! Het is soms even schuiven met de pannen, als niet alles tegelijk op het vuur kan maar overal is een oplossing voor. Twee soorten groenten kunnen ook op één pitje warm gemaakt worden: ik hang bovenin de pan met de ene groenten, een zeef met daarin de tweede soort groenten. Of ik zet Mijn Hooimiep in (mijn variant op de Hooimadam – zie internet) die veel warm kan houden en het langzaam laat garen, zonder gebruik van gas.

Ik maak een ovenschotel, kip-kerrie met veel verse groenten, en soep. Alles in XL formaat, zodat we er meerdere dagen mee uit de voeten kunnen. Aangevuld met een salade of een pitabroodje kunnen we op de dag zelf lekker snel aan tafel.

En wat is er leuker om dan de soep te eten uit ouderwetse boerenbont kommen!

Breek de dag, tik een eitje!

Naast ons ligt een moestuin, op verschillende terrassen die steeds 2 meter lager liggen, afgebakend met muurtjes van grote stenen en rotsen die van het land af kwamen. De eigenaar – Ramon – verbouwd er van alles, ongeveer 9 maanden per jaar. Alleen in juni, juli en augustus liggen de moestuinwerkzaamheden stil in verband met de (te) hoge temperaturen. Maar in september gaan de eerste zaden, aardappels en jonge plantjes de grond weer in en is hij er vrijwel dagelijks mee in de weer. Het is net zoals in Nederland, maar dan anders: in Nederland ligt de moestuin stil in de koude winter, hier ligt de moestuin stil in de hete zomer.

Na de zomer is Ramon bijna dagelijks in zijn moestuin te vinden, het is een fijne aanvulling voor het onderhoud van zijn gezin met opgroeiende puberkinderen. Wieden, snoeien, opbinden, afknippen… alles wat aan groen van de moestuin komt, gaat naar zijn kippen, helemaal op het onderste terras, bijna op de bodem van het ravijn. Ramon is goed voor zijn kipjes. Ze hebben een heel ruim verblijf van gaas, met deels planken en een klimplant over de bovenkant, voor de schaduw. Als ik op het balkon sta, hoor ik ze zacht en tevreden koeren en tokken. Het lijkt alsof ze tegen elkaar praten, zo gezellig!!

Ondanks een hoog ommuurde tuin hebben we geen ruimte voor een toompje kippen. Het leuk me zo leuk, van die bolle dametjes in de tuin en af en toe een eitje, supervers! Jammer hoor, maar niet getreurd, ik maakte met verf en penseel mijn eigen kipjes boven de keukendeur….

Watermanagement

Het afgelopen jaar is er bij ons, vlakbij zee op het lagere gedeelte van het eiland, slecht op een paar dagen regen gevallen. Let wel, geen dágen regen zoals in Nederland, maar: op een paar dagen wat buien of buitjes. Als het regent, is het tussen oktober en maart. Doordat de temperaturen in die periode overdag niet zo hoog zijn en de nachten vochtig zijn, veranderd het eiland dan al snel in één groene vlakte. We hebben dan zelfs weleens wat dauw ´s morgens vroeg! In die koelere periode (18 – 23 graden) kan je als het ware alle planten hóren groeien. Wat eerder nog een woestijnlandschap leek, heeft opeens een groene waas en niet lang daarna groeit en bloeit alles!

 

In de bergen is het van oktober tot maart aanzienlijk koeler, zo tussen de 10 en 16 graden. In dat gebied valt daardoor vaker regen en hangt er meestal bewolking, in ieder geval in de late nacht en vroege ochtend. Het vocht in deze bewolking slaat neer op de bomen en struiken: voldoende vocht waardoor dit gedeelte van het eiland altijd groen is. Dit dichtbeboste gebied heeft de naam Garajonay, is bekend door zijn eeuwenoude laurierbossen en staat inmiddels op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Garajonay. Een gebied waarin je eindeloos kunt wandelen.

Hoe verder je naar de kust rijdt, hoe minder regen er valt. Zoals ik deze blog al begon, het regende slechts een paar keer het afgelopen jaar. La Gomera heeft geen ontziltingsinstallatie om het zeewater om te zetten naar zoetwater, al zijn er wel veel gesprekken, debatten en onderzoeken. De eerste ontziltingsinstallatie op de Canarische Eilanden stamt uit 1964 en staat op Lanzarote. Sindsdien werden op de grotere Canarische Eilanden meer ontziltingsinstallaties gebouwd en in gebruik genomen. Maar dit kraanwater is bij lange na nog geen drinkwater – zie onderstaande tabel. In de rechterkolom (weliswaar in het Spaans) is te lezen dat in sommige streken het kraanwater helemaal niet gedronken mag worden, of niet door kinderen onder de 3 jaar, of zwangere vrouwen…. 🤔

Bron: @TappWater

Terug naar de regenbuien. Die zullen waarschijnlijk minder of anders worden, aangezien het klimaat wereldwijd veranderd. Er zijn inmiddels jaren waarin de waterbekkens bijna niet worden aangevuld in de winter, door het uitblijven van “fatsoenlijke” regenbuien. In de krant lezen we regelmatig hoe groot de waterreserves zijn. Zeven jaar geleden was bijvoorbeeld in maart al 80% van de bekkens gevuld. Een goed jaar dus.

Aangezien op La Gomera (nog) geen ontziltingsinstallatie staat, wordt de regen dus zoveel mogelijk opgevangen en gekanaliseerd naar 37 speciaal aangelegde waterbekkens, waarvan er 24 groter zijn en meer lijken op een stuwdam (Presa de Embalse). Met dit water worden wij voorzien van zoetwater. De waterbekkens liggen verspreid over het eiland vanwaar het na zuivering gedistribueerd wordt naar de dorpen en huizen. Maar ook hier geldt: kraanwater maar geen drinkwater.

Presa “La Encantadora” – Vallehermoso
Close up van het kleine gehuchtje wat bij het waterbekken “La Encantadora” ligt…

Dit voorjaar hadden we een paar buien en daardoor vrij lege bekkens waarmee we de zomer in gingen. Er wordt dan op allerlei manieren aandacht gevraagd om zuinig te zijn met watergebruik. Bijvoorbeeld met publicaties en flyers, maar ook door in de nacht of avond het water tijdelijk af te sluiten.

http://www.7-vidas.es/wp-content/uploads/2017/08/water.jpg

Puur water, gefilterd door de bergen. Epina – La Gomera

We zijn ons ervan bewust dat zoet water geen vanzelfsprekendheid is. Kort douchen, waterbesparende wasprogramma´s van de wasmachine, kraan dicht bij tandenpoetsen en dweilwater gebruiken bij de toilet. Het is verboden om zelf je auto op straat te wassen en soms wordt er gevraagd om ook geen tuinen te sproeien. Bij gebrek aan goed drinkwater, kopen we dus water in flessen. Regelmatig rijden we met een grote voorraad 8-literflessen van de supermarkt naar huis. Maar dat plastic wat we daarmee gebruiken, zit me niet lekker. Misschien toch tijd voor een eigen filtersysteem onder in een keukenkastje deze winter?

Van vroegâh

Ik schreef al eens over het missen van Nederlandse levensmiddelen en hoe fijn het is om af en toe (op een vrije zondagmiddag..) iets uit de voorraadkast op te duikelen en lekker te genieten: thee met een stroopwafeltje, een boterham met boter en hagelslag, of een andijviestamppot met echte rookworst. Onlangs kwam mijn oudste schoolvriendin hier op bezoek en nam een schat aan lekkers mee, onder andere échte rookworst. Want ook al komt hier aan zee de temperatuur vrijwel nooit onder de 18 graden, ik maak vrijwel elke winter een echte pan erwtensoep, mét worst! De geur of smaak van een gerecht brengt je dan op zulke momenten terug in de tijd. Altijd macaroni of tomatensoep op zaterdag, frietjes of pannenkoeken als je jarig was en …. vul maar in! En wat dacht je van muziek? Zoek iets op waar je vroeger idolaat van was en luister er naar. Voor je het weet ben je járen terug in de tijd en als je weer bij zinnen komt, zijn er úren verstreken…

Nee, ik hang niet heel zwaar naar vroeger, maar ik vind sommige dingen van jaren geleden vaak wel mooier. Misschien wordt het een beetje gevoed door de huidige wegwerpmaatschappij, het niet meer in Nederland wonen en hier en daar een beetje melancholie? We worden immers allemaal een daggie ouder, nietwaar? Of is het omdat nu de dagen korter worden en het ´s avonds eerder donker is waardoor je weleens terugkijkt?

In Spaanse huizen is de keuken een belangrijke plek en is er bijna altijd ruimte voor een eettafel. Zo ook bij ons. En alleen in de keuken viert mijn nostalgie hoogtij. Een boerenbont koekblik op een rood-wit geblokt tafelkleed, een grote rode soeppan bovenop de kastjes en aan de wand een crèmekleurig geëmailleerd hand- en theedoekenrekje.

In de kastjes groeit heel langzaam het boerenbont servies: Een heuse botervloot, een paar soepkommen en koffiekopjes met schoteltjes (oh, zo heerlijk truttig!). Niet het nieuwe boerenbont is wat ik zo leuk vind, maar de oude serie, die vaak al jaren ergens in een kelder staat. Vergeten. In mijn hoofd vervang ik al het IKEA servies in mijn keuken al voor boerenbont ontbijtbordjes, grote- en diepe borden en schaaltjes. Nee, geen 12-delig servies zoals bij mij vroeger thuis, maar overal 4 stuks van. Dat zou toch mogelijk moeten zijn? 🤔🤭 🙂

Maar ook: een Keulse pot, voor de pollepels die mee kwamen uit Nederland en waarvan ik er nog meer wil, zo´n stenen “bakje” met houten deksel, voor het zout, méér rood-wit geruite theedoeken (pompdoeken? van DDD? wie kent ze nog?) en bijpassende handdoeken. En… en… en…

Ik snuffel weleens op internet en zie al die leuke dingetjes van toen voorbijkomen. Een feest van herkenning! Wat is het leuk om terug te zien en wat zal dat leuk staan in de keuken! Zie hieronder een collage. Volgens mij past dat met geen mogelijkheid in mijn keuken……

Herfst

Wij hebben geen schotel op het dak waarmee we Nederlandse televisiezenders kunnen ontvangen. We missen het niet, ooit nog wonend in Nederland was het al niet veel soeps en ik geloof niet dat er veel verbeterd of veranderd is. In de loop van de jaren luisteren we ook steeds minder naar de Nederlandse radio. Er blijven zo hier en daar favoriete programma´s en er voor of er na horen we dan fileleed en het weerbericht. In deze tijd van het jaar dalen de temperaturen weer drastisch en horen we berichten van mist, regen en al vroeg donker.

Ook hier zijn de zomerse temperaturen aan het zakken. We schommelen nu tussen de 22 en 25 graden overdag en rond de 20 graden in de nacht. Ook de wind trekt heel voorzichtig een beetje aan, kenmerkend voor de herfst en winter. De ventilator waar ik over schreef, hangt er nog steeds hetzelfde bij. Prachtig om te zien maar nog steeds niet werkend. We hebben veel contact met de leverancier die inmiddels een afstandsbediening heeft toegestuurd die bleek te missen. De inhoud van het pakketje was de afstandsbediening waarmee je de ventilator aan- en uit kan zetten (met Chinese tekst erop!!), maar ook een soort ontvanger die nog in de ventilator geplaatst moest worden. Daarna zou ie het écht doen…écht!

Nou…. nee dus.

Gelukkig is het niet meer zo warm als in september. De heer des huizes heeft na ontvangst het een en ander geïnstalleerd maar voor de rest is er niets veranderd. Het ding werkt niet. Er is geen blokkade want geef je het ding een slinger met je hand, dan draait de ventilator zonder problemen. Gebruik je de afstandsbediening, dan is er alleen – net als toen – alleen een luid gebrom te horen. Opnieuw contact gezocht met de leverancier en er is volledige medewerking om het probleem op te lossen…..maar ja, daar draait de ventilator niet door.

Enfin, er is een nieuwe motor onderweg.

Een snelcursus Chinees is misschien handig…

Mannetjes met fluitjes

De hoofdstad van dit eiland telt ongeveer 6000 inwoners, (waarvan wij er twee zijn 🙂 ), ligt tussen twee bergruggen, met in het midden het diepste gedeelte van de vallei, in de vorm van een soort geul. Deze geul wordt gebruikt om overtollig regenwater af te voeren naar zee.

De hoofdstad is een verdeeld in vier wijkjes. Je hebt als eerste het oudste gedeelte, met nog huisjes uit vroeger tijden, toen er nog geen havenarm was en soms de zee tot in de straten stond. De deuren zijn daarom vaak iets hoger geplaatst, met een klein stenen opstapje (of trapje) om binnen te komen. De huisjes zijn over het algemeen heel erg klein en hebben kleine raampjes en dikke muren. In het straatje naast de winkel staat nog een rijtje met deze “dwergjes”. Snoezig, maar vaak is er wel een grote renovatie nodig, als je het al zou kunnen kopen: men houdt het in de familie of vraagt er op dit moment (anno 2021) de hoofdprijs voor. In dit gedeelte van de stad vind je de winkeltjes en de meeste restaurantjes.

Dan heb je de wijk ‘El Calvario’ aan de andere kant van de vallei. In dit gedeelte staat ook de dag en nacht ronkende energiecentrale ‘El Palmar’. Een stampende combinatie van buizen, pijpen die met veel gebrom dikke wolken rook uitbraakt. Dag en nacht: het is de energievoorziening voor het eiland. De huizen hier zijn een stuk later gebouwd dan het centrum en hebben bijna allemaal een bovenverdieping, soms met een sierlijke balustrade voor een inpandig balkon. We komen er maar weinig, het is echt een woonwijk. Langs El Calvario loopt de weg de bergen in die naar het zuiden en westen voert.

Achter de oudste wijk, is een nieuwere wijk gebouwd, ergens in de jaren ’80 en later. Het zijn allemaal gebouwen met meerdere woonlagen, maar niet meer dan 3 of 4 hoog. De appartementen hebben een heel klein of een Frans balkon en zijn over het algemeen niet echt groot. Elk gebouw met woningen (“edificio”) heeft een eigen naam. Zo weet je al snel bij benadering waar iemand woont als hij zegt dat ‘ie in edificio Miramar, of Ancor woont. In de entree hangen alle brievenbussen en de vloer en wanden zijn bekleed met natuursteen of marmer. Achter deze wijk ligt het scholencomplex, een bedrijventerrein, het gezondheidscentrum en nog iets verderop het ziekenhuis. Het ligt allemaal in de vlakte en het diepste gedeelte van de vallei.

Als laatste heb je nog een gedeelte van de stad die óp de rechter bergrug is gebouwd. Je komt er door de slingerende weg door het oude deel te rijden, naar boven. In dit gedeelte van de stad staat wat ouder en nieuwbouw door elkaar. De kleine moestuinen en wat grotere landerijen liggen hier tussen de verspreid gebouwde huizen. Aan het einde van dit deel staat ook de enige vuurtoren van het eiland. In deze hoger gelegen wijk is één lagere school. Ik hoor vaak om half negen de bel (een soort geloei van een toeter) als melding om de klas in te gaan.

Jaren geleden woonden wij in de buurt van het grote scholencomplex, in de vallei. Een kleine woning, tussen andere woningen geplakt, met een klein dakterras. Ons bed was op het dakterras en daardoor hoorde ik het in alle vroegte al, driftig gefluit. Het bleken mannetjes te zijn, met fluitjes. Ze regelen het verkeer ‘s morgens als de auto’s en bussen aankomen bij de scholen en de naastgelegen sportvelden. In datzelfde deel staat een ‘internaat’ waar de kinderen verblijven die vanuit verre windstreken van dit kleine eiland naar het voortgezet onderwijs gaan. Andere kinderen worden dagelijks opgehaald met kleinere bussen of door ouders met de auto naar school gebracht. Fietsen kan hier niet zo goed met al die bergen.

Elke ochtend mengen auto’s en bussen zich dus tussen het dagelijkse verkeer wat naar het bedrijventerrein of ziekenhuis moet. Ze slaan af, om op doodlopende zijweggetjes de leerlingen uit te laden. Als ze – gedraaid- de doorgaande weg weer op willen, kan dat niet door het doorgaande verkeer. Het is on-Gomerees en daardoor soms een beetje onoverzichtelijk.

Vanuit de overheid denkt men echter dat deze ‘drukte’ gevaarlijke situaties kan opleveren. Daarom hebben ze nu vijf (5!!) agenten ingezet. Om 07.30 komt er een busje aangereden en vijf mannetjes in vol ornaat komen daaruit gestapt. Ze nemen hun plaats in op verschillende plekken rondom de doorgaande weg en bij de doodlopende straatjes. Alle vijf zijn ze voorzien van een belangrijk hulpmiddel zijnde een fluitje, wat ze driftig gebruiken. Ik krijg de indruk dat ze er zelfs al fluitend door ademen want er komt geen einde aan.

De mannetjes zijn, en voelen zich heel belangrijk. Wee je gebeente als je niet oplet, niet op tijd stopt of gaat rijden. Ze vertellen al fluitend druk gebarend wat je verkeerd doet en hoe het wel moet ;-). Een wild (maar ook fascinerend) fluitconcert waarbij de één het nog driftiger doet dan de ander en waarbij de één nog meer gebaren kent dan de ander. Ik keek mijn ogen uit toen ik op een dag onderweg was en opeens begreep wat we aldoor hoorden op het dakterras.

Na een uur is het hele feest voorbij. Alle koters zitten in de klas en de ouders zijn onderweg naar huis of werk. Binnen enkele minuten zitten de fluitende mannetjes dan weer in hun busje en is de rust weergekeerd.

mannetjes, fluitjes, verkeer, school

Nu wonen we alweer wat jaren in het bovengedeelte van de stad, verder weg van de scholen en horen de fluitende mannetjes niet meer. Maar toch, als ik de toeter hoor om half negen van het enige schooltje hier in de wijk, moet ik er nog vaak aan denken.