Zij van dat Eiland

Over het wel en wee op een eiland in de Atlantische Oceaan

Buren

Terwijl wij het huisraad de trappen op dragen (en slepen) naar ons huisje tegen de berg, komt iemand diezelfde trap af. Een verweerd, zongebruind gezicht onder een vaal petje. Hij heeft een aantal tassen en rubberen emmers bij zich, maar is het trappen lopen duidelijk meer gewend dan wij dat nog zijn. We groeten en stellen ons voor want we hebben begrepen dat vreemden hier vrijwel nooit lopen. Dus als je iemand tegenkomt, is het bijna altijd één van de andere bewoners die in dit kleine gehuchtje tegen de berg woont. Het is Salvador. Wij zeggen netjes in ons beste Spaans “aangenaam kennis met u te maken meneer Salvador”., waar hij een beetje om moet grinniken.

En dan volgt er altijd een praatje. Zo gaat dat. Geen haast, maar even tijd voor de ander. Meneer Salvador is al even gepensioneerd en woon nog een paar huisjes hoger dan dat van ons, samen met zijn vrouw. Omdat zij ziek is, wonen ze voor een poosje in de stad, zo kan ze makkelijker naar de dokter en verpleging, verteld hij. Hij zet zijn tassen en emmers neer en praat verder. Hij heeft geoogst van zijn landje rondom het huis; alle emmers en tassen zitten vol Nisperos. Kleine gele- en abrikooskleurige vruchten die op dit moment rijp zijn. Als ze geplukt zijn, zegt hij, moeten ze snel verwerkt worden in jam, saus of zó uit de hand gegeten. De nispero is in Nederland niet zo bekend. De vrucht heeft een dun schilletje en het vruchtvlees is heel sappig. Een nispero smaakt lichtzuur tot zoet, en doet enigszins denken aan abrikoos of perzik. Perfect voor jam, of als moes in een smoothy! Als nisperos geoogst zijn, moet je snel handelen want de geur van het rijpe fruit is zwaar en doordringend en hoe langer je wacht, hoe onaangenamer die geur wordt.

Salvador houdt een tas naar voren. Of ik ook wat wil. Ik pak er een paar uit en bedank hem. ´Nee…´zegt hij, ´niet een paar. Hier, deze hele tas is voor jou.´ en duwt de tas in mijn handen.

Al die trappen op- en af. Daar kunnen we wel wat extra vitamientjes bij gebruiken…

Water dragen

Verderop, meer richting zee en ´bewoonde wereld´ zijn twee enorme bassins met een stuwwand, waarin al het regenwater uit de omringende bergen wordt opgevangen. Wij wonen vrij dicht bij het eerste, kleinere bassin van zoetwater. Tot voor kort (een paar jaar geleden) ging dat water na eenvoudige zuivering zó de leidingen in van het kleine gehuchtje waar we nu wonen. Dit kleine gehuchtje stond bekend om het heerlijkste water van het eiland!

De moderne tijd gebiedt dat dit niet zomaar meer kan. Al het water wordt nu gezuiverd met chloride. In ons vorige huis rook het leidingwater écht niet fijn en smaakte het nóg slechter. Wij begrepen dat, hoe verder van de bron hoe slechter het water. (Misschien wordt er verder van de bron iets meer toegevoegd om het water “schoon” te houden?) Het is niet te drinken. Daarom haalde E, de man des huizes altijd eens in de paar weken een groot aantal 8-liter petflessen met drinkbaar water. Het is niet anders, maar het zat mij niet lekker. Water halen in pét flessen….! Wat een vervuiling al dat plastic! Ik heb weleens uitgerekend dat dat minimaal 120 plastic flessen per jaar zijn die je zomaar weggooit. Ik vulde elke lege fles daarna wel met keukenafval om iets te compenseren, maar het blijft een enorme berg afval.

We hadden het daarom weleens over een filter kopen wat ingebouwd kon worden in een kastje onder het aanrecht waardoor het water weer drinkbaar zou zijn. Het bleef echter bij praten, tot het moment dat we ons huisje tegen de berg kochten. Het ligt 100 traptreden hoog, en om dan steeds weer met die zware flessen te sjouwen…..

De aankoop online was snel en makkelijk en het apparaatje werd na enkele dagen met de post gebracht. Het past probleemloos op de kraan. Niets ingebouwd onder een keukenkastje. Het verwisselbare filter gaat 600 liter mee en via het digitale schermpje kan je precies zien hoeveel liter drinkwater je al hebt gebruikt. Met een kleine draai aan de knop kan je wisselen tussen gefilterd- en ongefilterd water. Nooit meer water dragen. Wat een lekker idee!

Pasen

Nog even en het is Pasen, wat hier een volle week in beslag neemt. In Nederland is het een (lang) weekend met op tweede paasdag naar buiten of naar de meubelboulevard 😉 maar in Spanje is het een volle week Pasen. Veel overheidsinstellingen zijn de hele week gesloten en familie en vrienden zoeken elkaar op. Niet om eieren te zoeken of te verven, zoals in Nederland veel gedaan wordt, maar om gezamenlijk te eten, te drinken en in de kerk de nodige religieuze tradities te vieren.

Paaseieren, kuikentjes en chocolade paashazen zijn hier onbekend. Toch kon ik het niet laten om de etalage van de winkel een beetje in paassfeer te brengen…

Terwijl we spullen van het ene huis naar het andere huis brengen, spreken we de kippen/eierboer en zijn vrouw. Ze hebben een stukje land van buurman Ramon, waar ze kippen op houden. Ze komen elke avond even de kippen voeren, dan mogen ze los op het landje wat naast ons huis ligt. Het scharrelt dan zó gezellig rond! Als we restjes groenten over hebben, hang ik het in een zakje aan het hek. Weggooien is zonde, de dames vinden het een lekker hapje. We hebben regelmatig kleine korte gesprekjes over en weer als we elkaar zien. Over het weer, de kippen of over het kleine zwarte hondje wat de fantastische naam Obama heeft….

En elke keer, zo tegen het eind van het gesprek komt de vraag of we niet een zakje bij ons hebben of, bij gebrek daaraan, onze handen op willen houden want ze heeft kakelverse eitjes voor ons. Ook nu weer, maar onze handen zijn niet voldoende. “Ga maar even een schaaltje halen, liefje.”

Met een dozijn eitjes loop ik weer naar huis. En kijk eens wat een mooie (paas)pasteltintjes ertussen zitten!

Is het mintgroen of lichtblauw?

De vooruitgang

Dertig jaar geleden was de weg naar het kleine gehucht waar we gaan wonen, nog een zandweg tegen de bergwand aangedrukt. In die tijd werd de weg vooral lopend gebruikt, al dan niet vergezeld door een ezeltje dat werd gebruikt als lastdier. Vooral voor de smalle paadjes naar de wat hoger gelegen huizen of in het dal was zo´n ezeltje heel handig voor de oogst, voor inkopen of voor stookhout. Maar ´de vooruitgang´ hé….. In 2012 verdween het laatste ezeltje.

De weg naar het kleine gehucht werd breder, er kwam zelfs asfalt! Er werden blokken geplaatst en later werd op sommige plekken een heuse vangrail geplaatst. Soms van hout, soms van metaal. De huizen die verder of hoger van de weg lagen maakten kabelbaantjes waaraan een bak of haak bevestigd was, tussen de weg en huis. Hierdoor werd het transport van spullen eenvoudiger en sneller. Sommige kabelbaantjes worden handmatig bediend, anderen zijn elektrisch. De overbuurman is er zélf een keer mee naar de overkant gebracht in zijn eigen bakje, nadat hij zijn been ernstig bezeert had. Hij kon op geen enkele manier van zijn huis, door het dal en dan weer omhoog naar de weg lopen. Wat zal dat een avontuur zijn geweest om in zo´n wiebelbakje over een ravijn te glijden!

Ca. 1993 – het zandpad.
2022 – breder, met asfalt en betonblokken.
Een kabelbaan – met gemak gaat er een eenpersoonsmatras én onderstel mee naar de overkant. Het scheelt een boel gesjouw!

Aan de slag

Bij een huisje wat al bijna 200 jaar staat kan je niet verwachten dat alles loodrecht en haaks is. De eerste bewoners hebben het huisje gemaakt door stenen te stapelen en de ruimtes er tussen op te vullen met steeds kleinere stenen. Het is een huisje waarvan elke steen door mensenhanden op zijn plek is gelegd. Net zolang geschoven totdat de steen het beste tussen de andere stenen paste. En dan weer een steen… en weer één… Net zolang tot er een winddichte muur stond. Soms werd er nog leem tussen gesmeerd om het nóg dichter te maken. De muren zijn daardoor minstens 60 cm dik, ook de tussenmuren. En elke muur heeft wel een bobbel, kuil of uitstulping. Waarschijnlijk omdat de steen die daar gebruikt werd net iets groter of kleiner was.

Bij het afplakken op de grond en langs de kozijnen – als voorbereiding op het schilderen van de muren – vallen de hobbels en bobbels goed op.

Maar wat wordt het mooi als je de muren weer opfrist met een laagje wit!

Geen haakse hoek maar een beetje schuin…
Hier komt de muur wat naar binnen.
De oude kachel / stookplaats
Alles weer mooi wit!!

De Sleutels!

Het was een lange dag met veel wachten, veel documenten en veel handtekeningen maar uiteindelijk was alles getekend en werden we de eigenaar van een lief, klein huisje. Een huisje waarvan de oorsprong tot wel 200 jaar terug gaat, met dikke muren, een laag dak en ligging op het zuiden. Het ligt op een hoogte van ongeveer 450 meter, in de beschutting van een vallei, op een kilometer of 8 van de kust. Het was liefde op het eerste gezicht.

Moe van zoveel documenten, handtekeningen en informatie laten we ons vallen op het dichtstbijzijnde terrasje en bestellen broodjes hamburger met ei. Ons voornemen om feestelijk uit eten te gaan laten we even schieten….

En dan staan we aan de voet van de heuvel waartegen ons huisje ligt, met de sleutels in de hand. Wat hebben we naar dit moment uitgekeken! We waren al weken bezig met de indeling, veranderingen en inrichting en konden er soms maar slecht van slapen.

Het voelt als een magisch moment als we de deuren openen en met een glimlach naar binnen stappen. Die glimlach is de rest van de dag niet meer van ons gezicht gegaan.

Zo halverwege de middag een broodje aan de keukentafel en dan dít uitzicht…… Daar wordt je toch gelukkig van?

Pottenkijker

Bij het inrichten van de winkel hadden we al kennis met hem gemaakt. We hadden al snel in de gaten dat hij van privacy en rust hield en niet zo gesteld was op veel contact met ons. Wij vonden dat prima, waren veel te druk met klanten en de winkel, dus lieten dat zo. In de loop van de weken zagen we hem steeds minder, waarschijnlijk nam hij de benen zodra hij ons in de smiezen kreeg. En, zoals wel vaker gebeurt: uit het oog uit het hart. De kennismaking van de eerste weken had bij ons nog niet zoveel indruk gemaakt, dat wij hem in de daarop volgende tijd echt misten.

Een paar weken terug zaten we op onze werkplek in de winkel aan de koffie en opeens was hij daar, flink uit de kluiten gewassen. Hij kwam even buurten….