Tag: Tuin

Drie keer warm

In één keer was het hier herfst. Hadden we vorige week nog dagen van 27 en 28 graden, opeens is het weer omgeslagen en hebben we stevige wind en temperaturen rond de 20 graden. In de avond en nacht zakt het zelfs af naar 17 graden. En dat is best koud kan ik je vertellen! Dus keken we de afgelopen dagen al een paar keer naar het kleine kacheltje wat in het huis staat: zullen we die maar eens aansteken in de avond, om de kou uit huis te jagen? We hebben nog wat hout liggen wat er al in kan.

In de tuin hebben we de afgelopen maanden veel gesnoeid. De Bougainvillea en de Oleander moesten er aan geloven en daar hebben we aardig wat hout van kunnen stapelen om te laten drogen. Ook vandaag heeft E, de man des huizes, weer drie grote struiken te grazen genomen. Ze zijn tot enkelhoogte afgezaagd! Hij kreeg het er warm van.. Het was echt een enorme klus. Vanaf het openbare pad is ons huisje opeens grotendeels te zien en wij kunnen vanaf de zijkant van ons huis heel ver de bergen in kijken.

Al dit snoei- en zaagwerk geeft ook aardig wat hout voor in de kachel. En dat is een fijn idee op dagen zoals deze. Sommige takken zijn nog groot en heb ik al in stukken gezaagd. Maar er lag ook nog ander hout, wat al veel droger is. En we hebben een bijl. Nog nooit met een bijl gewerkt, maar al doende leert men, toch? Aan het eind van de ochtend ligt er een aardig stapeltje hout. Ik heb het er warm van! Daar gaan we maar eens proberen de kachel mee aan te maken.

Maar een fikkie stoken in een kachel is een kunstje, wat we nog niet onder de knie hebben. Houtjes stapelen, lucifer erbij, een kamer vol met rook en een vuurtje wat niet echt wil dóór branden. We krijgen het er warm van. Dat dan weer wel.

Zó zag het er nog niet uit!

 

Variaties op een citroen

Omdat de citroenboom maar blijft geven, ben ik de laatste weken regelmatig in de weer met deze vitaminebommetjes. Ze zijn op zoveel verschillende manieren te gebruiken én te bewaren! Dus, daar gaan we nog een keertje. Deze keer ga ik citroenen (limónes) konfijten.

Konfijten van fruit is een oude en beproefde conserveringsmethode waarbij je het fruit inlegt in suiker. Het resultaat zijn zoete gedroogde schijfjes, blokjes of reepjes fruit. Vroegâh kon je rond kerst kleine potjes met oranjesnippers of sinaasappelschil kopen bij de grootgrutter. Of van die glazen potjes met groene, rode en soms gele balletjes: kersen, die in het Frans bigarreaux worden genoemd. Tijdens het konfijten wordt bij deze kersen extra kleurstof toegevoegd.

Gekonfijt fruit was de ideale manier om ook in de winter te genieten van een zomers smaakje, de kerststol, tulband en oliebollen werden er lekker mee op smaak gebracht. Je hebt alleen water en een flinke hoeveelheid suiker nodig. Iets waar de gezondheidspolitie zijn bezwaren over zal hebben.

En dat laatste kan mij nou even niets schelen. Ik pluk dus op een zonnige namiddag weer een mandje vol citroenen en ik snij ze in plakjes van ongeveer een halve centimeter dik, het is in totaal 450 gram. Daarna kook ik ze zachtjes gedurende 20 minuten en giet ze af. Dat doe ik drie keer met dezelfde plakjes. Dit is nodig om de schil beetgaar te krijgen maar ook om de schil minder bitter te maken. Ik laat ze even afkoelen en uitlekken in een vergiet.

Ondertussen maak ik een siroop van suiker en water (2x het gewicht van het fruit, dus 900 gr/ml). Hier leg ik de schijfjes in en breng het opnieuw zachtjes aan de kook. Na 20 minuten doe ik een deksel op de pan, draai ik het gas uit en laat het zoete goedje een paar uur staan. Daarna gaat het opnieuw in het vergiet om een beetje uit te lekken.  Als ze plakkerig voelen (na een uurtje of twee) strooi ik er een klein beetje gewone suiker over.

Nu komt het er op aan: de citroenschijfjes moeten goed gedroogd worden. Met een beetje wind, een dagtemperatuur van 30 graden en in de nacht niet lager dan 25 graden lijkt me dat geen probleem. Ik weet dat men hier op het eiland zelfgemaakte droogkasten heeft om grotere hoeveelheden fruit te drogen maar de herbruikbare groentezakjes die hier in de supermarkt en bij de groentewinkel te koop zijn, lijken mij op dit moment voldoende om het eens uit te proberen. Als het voor herhaling vatbaar is, kan ik altijd in de winter vragen aan E, de man des huizes om een mooie droogkast te maken.

Ik rijg met een katoenen draad lijntjes in de herbruikbare groentezakjes, vul deze met de schijfjes suikercitroen en rijg dan op het aanrecht tussen de schijfjes nog een draadje katoen zodat elk schijfje een eigen vakje heeft. Beter kan ik het niet uitleggen, de foto hieronder zal het duidelijker maken:

Ik hang ze aan een oude waslijn onder het afdak, de wind en de temperatuur moet de rest doen. Naast deze gekonfijte versie van de citroen hang ik ook 450 gram ongesuikerde schijfjes citroen op. Dat lijkt me in de winter lekker in de thee, zo´n gedroogd schijfje. Of in een stoofpotje….. Alhoewel, daar heb ik ook een grote pot ingelegde citroenen van vorig jaar voor. Ik gebruik het niet vaak maar het is een bijzondere smaakmaker en in het zout blijft citroen heel lang goed.

Citroenen ingelegd in zout, uit de Mediterrane keuken.

Na een paar dagen en af en toe checken kan ik twee glazen potten vullen met schijfjes gekonfijte citroen. Ik doe er een schepje poedersuiker bij en schud het geheel, waardoor de citroenen een mooi wittig laagje hebben. De gedroogde citroenen gaan zonder verdere behandeling in een glazen pot en alles wordt netjes opgeruimd in de voorraadkast, voorzien van een strookje afplakband met daarop de datum en de bewerking. Wat ben ik blij met de lege jampotjes die onlangs gebracht werden!

Een deel van de gedroogde schijfjes citroen zonder suiker….

 

…. en een deel van de eerste gekonfijte citroen.

De suikersiroop die overgebleven is breng ik aan de kook en giet ik in een beugelflesje – want niets wordt zomaar weggegooid! Een klein laagje siroop in een glas, koud water er op en om het af te maken een vers geknipt blaadje munt er in. De lekkerste limonade ooit… en het is allemaal zó leuk om te doen!

 

Het buitenleven

Gordijnen open op zondagochtend. Het zicht is adembenemend….

Oh wacht, ik zal de foto groter maken, zodat je kan zien wat ik zag!

Kijk: in het midden van foto in de verte, zie je licht grijsblauw. Het is de laaghangende bewolking boven zee.
Daarachter zie je in de eerste zonnestralen, de contouren van ons buureiland. Met zo´n mooie belofte in de ochtend gaan we lekker vroeg werken in de tuin!

Stevige schoenen aan want niet overal is de bodem egaal en er liggen weleens wat stekels, van de Bougainville bijvoorbeeld, die je niet in je voeten wilt hebben. En dat vierkante ding aan de rechterkant? Een restant van de vloermatten uit ons sport-ruimte: de ideale beschermingsmat voor je knieën!

Aan de linkerkant op de foto staan de wijnstokken van de oude buurman. Ze hangen vol met dieppaarse druiventrossen. De vulkanische grond is vruchtbaar, dat is wel duidelijk! We verwijderen op veel plekken met de hand het gras. Het laat vrij makkelijk los omdat het al erg ingedroogd is. Daardoor blijven veel wortels helaas zitten en zullen we het in fases steeds verder weg moeten halen.

Maar met het weghalen zien we tot onze verrassing ook, dat er veel meer andere planten staan. Ze zijn een stuk kleiner gebleven omdat het gras zo overheersend was. We ontdekken een roodbloeiende hibiscus en heel veel verschillende geraniums. Die doen het hier blijkbaar goed en ik maak meteen een aantal stekken – plaats genoeg in de tuin en het scheelt plantjes aankopen. We scheuren het citroengras in kleine (vernieuwende) stukken en zetten het op een andere plek. Citroengras heet hier Caña Santa en men gebruikt het hier zowel medicinaal, als thee en voor in de keuken. Dat komt later wel, nu eerst moet dat gras weg. De sinaasappelboom en de olijf ontdoen we van het verstikkende gras en brengen het 100 traptreden lager, naar de straat waar de containers staan.

En dan…. Na gedane arbeid is het goed rusten. Op een opgeruimd stukje land wat íets lager ligt dan het huis, wat nét iets eerder schaduw heeft. Als we daar zitten kijken naar hetzelfde landschap als waar ik mijn blog mee begon, alleen met een ander licht.

Het verveeld nooit…..

 

 

De jongens

De tuin heeft zijn eigen bewoners. Wij wennen aan hen en zij wennen aan ons. Langzaam aan schieten ze niet meer weg onder stenen en tussen de planten als ze ons in de gaten hebben. We leggen af en toe een paar snippertjes kaas op een steen en dan zie je dit (zie filmpje hieronder)…..

Niet mee bemoeien

Meer dan ooit ben ik mij bewust van de natuur om ons heen. Hoe sterk deze is als de mens zich er niet in mengt. Dat de natuur ons helemaal niet nodig heeft – sterker nog, de natuur is ons liever kwijt dan rijk.

Maar ja, als mens zijn we een stelletje betweters. We denken de natuur te kunnen beteugelen en naar onze hand te kunnen zetten. We hebben indrukwekkende naslagwerken, opleidingen met indrukwekkende namen en prachtige apparatuur om van alles in de natuur vast te leggen of te onderzoeken. Terwijl het gewoon het beste is om je er maar zo min mogelijk mee te bemoeien.

Maar nee, we halen dieren uit hun natuurlijke omgeving en plaatsen ze ergens anders omdat we denken dat “ze het daar ook wel goed zullen doen”. We slepen zaadjes mee van vakantie want we willen die mooie bloeiers ook in onze tuinen thuis…

Maar het gaat maar al te vaak mis. Er ontbreken natuurlijke vijanden waardoor er een overschot ontstaat, met alle gevolgen van dien. In de Oostvaardersplassen (een grote mislukking maar het pronkstuk van de natuur-betweter) lopen veel teveel grote grazers rond, o.a. Konikpaarden uit Polen(!). Die grote grazers kunnen niet vrij hun weg zoeken naar andere grazige weiden, want er staat een hek om. Amerikaanse rivierkreeftjes die – onnatuurlijk – in steden en dorpen ronddwalen en een plaag vormen. Planten die gaan overwoekeren en andere soorten verstikken, zoals de Japanse duizendknoop. In de wateren rondom Loosdrecht is vrijwel geen andere plant te vinden dan de Zuid Amerikaanse Cabomba. En wat dacht je van die prachtige maar luidruchtige ringband papegaai?

Tsja, dan moet de mens ingrijpen omdat de balans zoek is. En oh wat voelt ´ie zich dan belangrijk want de natuur moet geholpen worden! In die waas van zelfverheerlijking vergeet de mens volledig dat door zijn toedoen de natuur uit balans is geraakt.

We denken precies te weten hoe het allemaal moet met de natuur maar maken er een enorme bende van.

Op de eilanden hier hebben we last van een hardnekkige plant, Rabo de Gato (latijns: Pennisetum Setaceum). In het Nederlands bekend als Fonteingras. Ooit meegebracht ergens in de jaren ´50. Door wie, waar en waarom is niet meer te achterhalen. Het is  een hardnekkig tiepje die op alle eilanden overheersend en verstikkend is. Vuur bevorderd de zaadvorming en verspreiding ervan, dus verbranden is geen optie. Sterker nog, na een natuurbrand, waar alle eilanden mee te maken hebben, zijn er meer planten dan er voor. In de openbare groene containers gooien zorgt onbedoeld voor verspreiding van zaden, dus ook geen optie. Op de composthoop dan maar? Nee, ook dan heb je de poppen aan het dansen en heb je binnen de kortste keren heel veel nieuwe planten.

Het enige wat helpt is het in een bepaalde tijd van het jaar, als er geen zaden zijn (juli/augustus) handmatig met wortel en al te verwijderen. Naast gemeente(groen)werkers die in deze weken met het verwijderen van de Rabo de Gato bezig zijn, zijn er vele vrijwilligers die dit gezamenlijk op een zaterdag doen. Een grote groep verzameld zich en gaat een aantal uren gebogen door een vallei, buurschap of een afwateringskanaal om deze exoot te verwijderen. Regelmatig zijn er oproepen om een dagdeel mee te werken om dit probleem in de hand te houden.

En belangrijk dat we ons dan als mens voelen, om de natuur een ochtendje te corrigeren! We vergeten alleen een klein dingetje…..

Elk eiland heeft zo´n flyer met uitleg hoe het te verwijderen en wat je er vooral niet mee moet doen.

 

 

 

 

 

 

 

Een bijzondere gast

Ondanks alle tuinadviezen om tijdens hoogzomer niet aan de tuin te werken, proberen we de redelijk woeste tuin rond ons huis toch een beetje in toom te krijgen. Eer ligt een druppelsysteem om de planten te voorzien van water. Dit druppelsysteem ligt grotendeels bovengronds en is beschermd tegen de zon met oude halfronde dakpannen. Zo weet je precies waar je niet met de schep in de grond moet steken. Dat is hier overigens nog niet zo eenvoudig want de grond zit vol met kleine brokjes gesteente en lava. En steeds komen er (net als grind) weer steentjes boven. Ik schuif ze elke keer weer naar de rand van de tuin.

Op veel terrassen om ons huis staan wijnranken die op dit moment vol hangen met blauwe en witte druiven. Tussen sommige rijen met ranken staan aardappels, mais en witte kolen. Het is de eerste vorm van zelfvoorzienigheid van de omwonenden. Zelf hebben we twee olijven, een flinke citroenboom en een kleine mandarijnstruik. Aan klein spul heb ik de grote bos citroengras (Sereh) deels uitgegraven en op verschillende plekken nieuwe plukjes gepoot. Als het teveel wordt, kan ik het vrij eenvoudig weghalen. Hetzelfde met pepermunt, wat overal in de tuin terug te vinden was. Veel haalde ik weg in de afgelopen maanden maar het is een taaie gast, waar je niet te zachtzinnig mee hoeft om te springen, hij steekt op veel plekken opnieuw de kop op. Resoluut weghalen – bij voorkeur met veel wortels – en thee van zetten.

Omdat de voorgaande bewoners hier niet jaarrond waren, kon veel groen onbeperkt zijn gang gaan, zoals de pepermunt, maar ook gras. Taai, hoog gras wat door de kleine boeren hier verafschuwd wordt. Gras verdroogd nu snel en is daarmee ook een aanjager als het om brandgevaar gaat. Ook daarom is het beter om weg te halen en het overwoekerd echt alles, en verstikt kleine planten.

Op een plek waar ik gras aan het weghalen was, kwam ik daardoor zomaar een heel grote pot met een enorme geranium tegen. Veel trekken en sjorren want de wortels waren vér door de bodem van de pot gegroeid. De fel roze bloeiende geranium heb ik ingekort, opgesplitst in vier stukken met veel wortels en die flink diep op verschillende plekken terug gezet in de tuin. Fijn, vulling in de tuin zonder kosten! Van het vijfde stuk heb ik stekken genomen, die staan binnen op de vensterbank worteltjes te maken.

Geen brandende zon en geen wind. Zó kan je lekker op je gemakje worteltjes maken….

Als het niet te warm is probeer ik steeds weer verder een stukje tuin schoon te krijgen van gras en pepermunt. Het lager gelegen terras is in het midden schoon van gras, zodat we daar lekker kunnen ontbijten. Rondom dat stuk staat een rand met hogere begroeiing, waar veel wilde bloemen staan, fijn voor bijen en hommels. Maar ook daar wil het gras wel groeien, dus ben ik nog wel even bezig…

Ons favoriete ontbijtplekje

De afgelopen dagen was het warm. We hadden pieken van 38 graden overdag en in de nacht kwam het niet onder de 30 graden. De vallei waarin we wonen vormt hier een soort “kom” waarin de warmte kan blijven hangen als het windstil is. En dat was het bij deze hoge temperaturen, dus zaten we in een soort oven. Het druppelsysteem gaat elke avond automatisch aan maar we geven de jonkies en de net geplante geraniums extra agua no potable (niet drinkbaar water) uit de slang. Zo ook vandaag, al is de temperatuur een stuk gezakt.

En terwijl ik daar gedachteloos sta met de tuinslang hoor een een vreemd hoog “tsjilpend” geluid tussen de planten. Ik kijk nog eens goed en zie een enorme vlinder zich vastklampen aan één van de sprieten van het citroengras. Maakte hij dat geluid? Foto´s maken, nog eens heel dichtbij kijken en even surfen op internet. Het is een doodshoofdvlinder en ja, die maken geluid als ze belaagd worden. Gaaf toch, zo´n bijzondere gast in de tuin?

Met de hand van E, de man des huizes erbij waardoor je kan zien hoe groot hij is.

Je ziet heel duidelijk de mooie tekening op zijn kop, waaraan hij zijn naam dankt.

 

Nog ééntje dan, vanaf de zijkant, waarbij je zijn kop goed ziet.