Author: Mirjam Polman

Naar het zuiden

We breken op bij La Maceta, willen nog méér van El Hierro zien! Opbreken is vrij eenvoudig: we vouwen het bed op, verplaatsen het “bed” van Bas op de bijrijdersstoel naar achter de bijrijdersstoel en stoppen de stoeltjes weer in de dakkist. Klaar! Voordat we echt op pad gaan, slaan we nog twee trays van 6 flessen (1,5 Liter) water in. Water is de eerste levensbehoefte en met temperaturen boven de 30 graden mág je gewoon niet misgrijpen.

De eerste stop is in Pozo de la Salud. Bij gebrek aan zoet (regen)water heeft men hier ruim 300 jaar geleden met succes een bron geslagen en er werden in 1844 bijzondere eigenschappen aan het water toegekend. Zo zou het heel goed zijn voor de huid, reumatische klachten verhelpen en problemen bij de spijsvertering verlichten. Hierdoor werden er zelfs grote vaten verscheept van El Hierro naar Cuba en Puerto Rico! In 1945 werd het zoete bronwater officieel “Aguas de Sabinosa” genoemd.

Sinds de jaren ´90 is er een Spa-Hotel gevestigd die deze bron en de bijzondere eigenschappen van het water benadrukt. Dat kón natuurlijk niet uitblijven….

De weg er naartoe is slingerend en adembenemend mooi. Het voert steeds verder weg van de bewoonde wereld, voor zover je van bewoonde wereld op een dun bevolkt eiland als El Hierro kunt spreken. We lopen rond in het kleine gehucht en zien op de rand van de kust het hotel. Je komt hier vást tot rust!

Een prachtig uitzicht over de oceaan. Duizenden kilometers alleen maar water…

We rijden door naar playa El Verodal. Het is verboden om hier te zwemmen in verband met de ongekende krachten van de stroming. Tóch willen we hier even kijken, het is echt het meest westelijke punt van El Hierro en ver van de bewoonde wereld. Met een Land Rover móet je daar dan geweest zijn, toch? Zie middel de foto´s wat wij zagen…

Doorkijkje via een overkapping naar het strand, wat hier roodgekleurd is.
Onder de overkapping is het goed toeven. Heerlijk koel, grote tafels en bbq´s om heerlijk met de familie te eten en te genieten! Dit is genieten met een grote G op dit Spaanse eiland! En overal is het schoon…..

Hemelsbreed niet ver hier vandaan is de vuurtoren. Ook die stond op het lijstje vandaag! Tien jaar geleden konden we er niet naartoe omdat de weg verschoven was door regenval en aardschokken. Nu is de weg mooi geasfalteerd. Alleen is er een groot verschil tussen hemelsbreed en de werkelijke weg er naartoe. Die is smal en heeft héél veel bochten. In één van de bochten ontmoeten we een vrachtwagen…. Dat zijn spannende momenten voor de bijrijder 😉

Het lijkt soms alsof je door hoge bergen met houtskool rijdt. Zó zwart!

Het is geen mooie vuurtoren. Grauwe blokken steen, een groot hek eromheen (het kostte me wat moeite om zonder hekwerk een foto te maken) en ook hier geen bewoonde wereld. Maar toch, we kunnen hem afstrepen van ons lijstje!

Ik doe het licht wel uit!

Een kwartiertje voordat de zon onder gaat, dompelen we nog even onder in het opkomende zilte water….

Dat stipje is E, de man des huizes.
Golven trotseren..
Meditatief relaxen…
Ik doe het licht wel uit!

Wandelen

Nu Bas ´s nachts niet meer in zijn mand slaapt maar op een handdoek, is hij veel rustiger. “De warme mand” was gewoon té warm in nachten van +24 graden. Thuis kan hij ´s nachts liggen waar hij wil op de koele plavuizen. In De Schobbejak is zijn slaapruimte beperkt. En dan is veel draaien in een warme mand het enige wat hem een beetje helpt. Nu de mand vervangen is door een handdoek, heeft hij een klein beetje meer ruimte op zijn plekkie vóór in de auto en is het draaien ook verdwenen.

Bas houdt de wacht en heeft prima zicht doordat hij verhoogd ligt op de bijrijdersstoel.

Al vroeg staan we in de startblokken. Een banaan (bananen van de Canarische Eilanden zijn het lekkerste van de héle wereld) achter de kiezen en de wandelschoenen aan! We willen een pad volgen over de ruwe lavakusten voor Frontera. De zon komt pas rond 10.00 uur over de bergkam. Om niet in de volle zon en warmte te lopen, gaan we dus bijtijds op pad. In 2011, toen we ook op El Hierro waren, was dit pad er nog niet. We hebben toen wel in de nadagen van een flinke storm, spectaculaire foto´s gemaakt van de woeste oceaan die tegen de rotsen slaat…..

Anno 2021
Anno 2011

Je kan op de tweede foto zien, dat de zee nog een stuk onrustiger was….

Het pad * Sendero Las Puntas – La Maceta * is een vrij makkelijk pad om te lopen en misschien wel daardoor erg mooi. Je ontdekt kleine plantjes op de meest onmogelijke plekken, ziet onverwacht doorkijkjes, waant je op een andere planeet met zoveel ruw gesteente om je heen en hoort vrijwel de gehele wandeling de zee op de kust beuken. Het pad heeft weinig steil hoogteverschil maar je moet wel opletten waar je je voeten zet in verband met de ongelijkheid van het hout waaruit het pad grotendeels bestaat. Op vier verschillende plekken kan je een klein stukje van het pad af naar een verhoging met een paar stoeltjes of een bankje, en uitleg over gesteente of omgeving. De wandeling is nog geen 2,5 kilometer maar als je hem heen en terug loopt én tijdens het wandelen geniet, even stil staat en om he heen kijkt is het een heerlijke activiteit waarmee je een ochtendje zoet bent 😉

De route vormt een lang lint langs de kust en kan vanaf twee kanten gewandeld worden. Wij lopen vanuit La Maceta, waar De Schobbejak staat, naar Hotel Punta Grande en daarna weer terug. Hotel Punta Grande is in 1984 uitgeroepen tot het kleinste hotel ter wereld en heeft slechts 5 kamers. Het originele gebouw dateert van 1830 en heeft veel stormen en natuurgeweld doorstaan. Alles waarmee dit hotel geworden is tot wat het nu is, elke steen en elke balk, tot aan de inrichting toe, verteld zijn eigen verhaal. Nu je dit gelezen hebt, klik even op Hotel Punta Grande om zelf te zien hoe bijzonder het is!

Een indruk van de wandeling vind je in de foto´s hieronder.

La Maceta

We slaan een flinke hoeveelheid water en andere boodschappen in, in El Mocanal. Een plek waar we 10 jaar geleden ook waren.

Toen, november 2011
Nu, september 2021

Via El Mocanal rijden we via een lange tunnel van bijna 2,5 km en een afdalingspercentage van meer dan 10% naar La Frontera. Het grappige is, dat het uitzichtspunt El Pena zich ca 800 meter boven de tunnel bevindt. La Frontera ligt aan de westelijke kant van El Hierro en is veel vlakker. We rijden naar Las Macetas, een plekje aan de kust waar in de rotsen bassins zijn uitgehakt zodat je veilig kunt zwemmen en genieten van de zee. Op het hoogtepunt van vloed knallen de golven nog wél over de rand en is het in het bad een soort wastobbe, tot genoegen van velen!

Er zijn douches om het zout af te spoelen, genoeg plekjes om te genieten van het zicht op het water en een restaurant, @ochoelhierro, met een prachtig zicht op zwembad en ruwe oceaan. De plek waar we staan biedt ruimte voor minstens 10 campers of camper-gerelateerde auto’s en heeft grof grind als ondergrond. Helaas mag je geen luifel of zoiets uitzetten, de politie controleert daar meerdere keren per dag op.

En Bas heeft zijn eigen, unieke plekje om te slapen!

Oorverdovend

Grappige gewaarwording. Het bloggen waar ik eind 2006 mee begon, ben ik nog niet verleerd 😉. Het is alleen onderweg een beetje pielen om op een telefoon een blog te schrijven, in plaats van op een laptop of tablet…. Of zou ik toch vaker mijn leesbrilletje op moeten zetten?

We hebben een beetje onrustig geslapen. Het was namelijk oorverdovend stil 😄.

Op de eerste overnachtingsplek waren we niet de enigen, er stonden al drie campers en ‘s avonds laat kwam er nog een camper met een Nederlands kenteken. Het zijn twee vrouwen die wandeltochten op de Canarische eilanden willen organiseren. Ze rijden al een jaar rond en benutten de Covid-rust om alles goed op poten te zetten, zoals ze zelf zeggen. Klik de link aan en lees, wie weet spreekt het je aan.

Tijdens het ontbijt besluiten we om naar La Peña te rijden en onderweg boodschappen in te slaan.

Mirador de la Peña ligt op een bergkam met een hoogte van bijna 1000 meter. Het uitkijkpunt, buiten terras en het restaurant binnen met glazen wand, hebben zicht op Frontera, het vlakke deel van El Hierro.¡Impressionante! zoals ze het in goed Spaans zeggen…

Het ontwerp van dit uitkijkpunt is van de Canarische Cesar Manrique, een kunstenaar die op elk eiland bekend is en veel uitkijkpunten heeft ontworpen. Ik hou van zijn stijl, inrichting en kleuren. Lanzarote is zijn geboorte eiland en spant uiteraard de kroon als het gaat om het bekijken van zijn werk.

Na de koffie op het buitenterras wordt ons het zicht ontnomen door de bewolking die over de bergkam komt zakken en stappen wij weer in de Land Rover.

Over het vlakke middenstuk van El Hierro rijden we door. Het heeft hier veel weg van Schotland of Wales: heuvelachtig land wat door middel van lage stenen muurtjes opgedeeld is in landjes, perceeltjes en kleine lapjes grond. Ze liggen er kaal bij, de zomertijd is zoals in Nederland de winterperiode: er wil weinig groeien. Is het in Nederland door de kou en donkere maanden, hier is het de hitte die in de zomer makkelijk een zinderende 35 graden kan bereiken. Enfin, het filmpje laat een heel klein beetje zien hoe anders het binnenland van El Hierro eruit ziet….

https://videopress.com/v/AMqzlIHz?resizeToParent=true&cover=true&preloadContent=metadata&useAverageColor=true

Inslingeren

Als we wakker worden zijn we toch een beetje gebroken. De weg waaraan we stonden was tot een uur of twee behoorlijk druk. Veel verkeer, taxi’s met lallende vakantievierders en rond 00.00 uur veel restaurants die sloten en de rommel naar een verzamelplek brachten, niet ver van onze parkeerplek vandaan. Combineer dat met de temperatuur die ‘s nachts rond 28 graden blijft hangen, Bas die heel veel rommelt in zijn mand en de geluiden die we ontwend zijn maar gewoon bij het slapen in een Land Rover horen. Het is als inslingeren op een (zeil)boot, we moeten wennen aan alles.

Aan de rand van een woonwijk, nét buiten het centrum…. Toch nog druk…

Rond half zeven is het nog donker maar E maakt even een klein rondje met Bas en ontdekt ca. 150 meter verder, mét van de drukke weg af, een parkeerplaats op een pleintje vlak achter het strand. De verhuizing is eenvoudig. E start de Land Rover en rijdt terwijl ik nog in het bed lig, naar de andere plek. Aldaar ronken we nog dik twee uur door, daarna is het tijd voor een ontbijtje en het boearden voor de volgende ferry, die ons naar El Hierro zal brengen.

We komen aanrijden en kunnen eigenlijk vrijwel direct door naar het laadruim van de Volcan de Tirajana. Het zal ongeveer 2,5 uur duren voordat we weer aan wal zijn dus nemen we broodjes, drinken en een spelletje mee 😉

De ferry heeft er de sokken in en de zee is vlak want na ruim twee uur rijden we de haven van Valverde uit. Óp naar het noorden. Bij Echedo draaien we de doorgaande weg af en volgen een slingerende smalle strook asfalt naar Charco Manzo. Onze eerste overnachtingsplek.

Een “charco” is een baai aan de kust die (al dan niet met behulp van mensenhanden) een veilige plek is om te zwemmen. De kust en de zee van veel Canarische eilanden is over het algemeen te ruw en te gevaarlijk om te zwemmen maar bij een Charco kan het wél.

Vamos!

Nog een halve dag werken en daarna hebben we vakantie! Best vreemd, want voor ons gevoel hebben wij elke dag vakantie. Maar even afstand nemen van de dagelijkse dingen, het hoofd resetten en nieuwe indrukken opdoen is ook goed voor de mensch. Het kost me best wel moeite om de zaak te sluiten en het papier op te hangen dat we op vakantie zijn. Gek hè, want ik heb best zin in.

Eenmaal thuis valt dat gevoel snel weg: nog de laatste zaken inpakken, een snel wasje draaien en dan de laatste check qua paperassen. Ook al gaan we maar naar een buureiland, je hebt altijd veel papieren nodig. Spanje staat bekend om zijn papier-cultuur. Voor alles is een document nodig. Niet digitaal, maar uitgeprint. Heb je volgende week opnieuw datzelfde document nodig, dan is een kopietje van het document (of de hele stapel) niet voldoende. De jongere generatie vindt dat achterhaald maar vooral op gemeentelijk- en overheids niveau is het bureaucratie ten top.

Wij doen daar inmiddels vrolijk aan mee en printen het volgende uit: ieder een document om aan te tonen dat we hier ingezetene zijn, waar we wonen én een uitdraai van ons persoonlijke nummer (in NL is dat je burgerservicenummer). De eerste twee documenten mogen nooit ouder zijn dan een half jaar. Dan toch nog maar onze vaccinatie papieren mee, ook al zou dat tussen de eilanden niet nodig zijn.

Met dat papierwerk en onze tickets voor de ferry rijden we in 10 minuutjes naar de boot. Het is inmiddels zó gewoon en te vergelijken als met de trein reizen. We sluiten aan in de rij, blijven in de auto en geven we de papieren af aan de-man-die-alles-checkt. Hij heeft zo´n pistool-uitlezer in de hand (dàt kan dan wél weer digitaal) De man schudt zijn hoofd. De zijn niet nodig, geef de ticket maar. Hij haalt het papier door de lezer en steekt zijn duim op: alles okay….. Zo gaat dat. De papierhandel was deze keer niet nodig.

Om klokslag 17.00 uur varen we naar de overkant en na een klein uurtje rijden we in de late middagzon Tenerife op. We zoeken een eenvoudig plekje om te kunnen overnachten en vinden het nét buiten het centrum aan een doorgaande weg. Tijd om te gaan eten.

…geen Spaanse kost, maar een Nederlandse vette hap….

Tsja, ‘wij zijn er niet zo van’ 😉 maar als je de kans krijgt om na drie jaar een broodje kroket en een vette hap te eten in een Hollandse snackbar op Tenerife, dan laten we dat echt niet aan ons voorbij gaan!