Zij van dat Eiland

Over het wel en wee op een eiland in de Atlantische Oceaan

Nog éven…

Lockdown of niet, stay positive…. Nog maar twee nachtjes slapen en dan gaan we qua zon weer de goede kant op!
Ja, élke dag komen er minuutjes zon bij. Echt waar!!

Besparen….

Hier is men niet zo van de zuivel zoals men dat in Nederland is. Geen literpakken verse melk, karnemelk of gele vla in het koelvak (die laatste twee zijn wel héél erg Hollands….) maar gepasteuriseerde lang houdbare melk in het schap. Eigenlijk vind je ook geen gewone yoghurt of kwark in het koelvak. Wel andere toetjes in veel smaken en variaties. Ze zijn vooral flink gezoet, bijna altijd in eenpersoons verpakking en daardoor niet bepaald goedkoop.
Geen naturel zuivel zoals in Nederland, wél heel veel toetjes! Foto: Gobierno Canarias
Yoghurt is hier in vele smaakjes, met fruit of met muesli, in van die kleine plastic bakjes, 4 of 8 bij elkaar. Yoghurt naturel zoals in Nederland koop je hier vaak nóg met toegevoegde suiker. Ja, Spanjaarden zijn zoetekauwen :-). Het is even zoeken maar regelmatig vind ik gelukkig ook die kleine verpakkingen zónder de toegevoegde (riet)suiker. Wij eten dagelijks yoghurt maar al die kleine verpakkingen zorgen wél voor een hele berg afval. Ik heb daar geen zin in. Daarom maak ik van zo´n 4-pack naturel yoghurt minstens 5 liter pure, lichtzure en verse yoghurt. En het is zó makkelijk te maken, let maar eens op: Wat heb je nodig:
  • 2 eetlepels yoghurt zonder toevoegingen
  • 1 liter volle melk
  • Pan met deksel en een lepel om te roeren
  • Voedingsthermometer
  • Een Hooimiep (een variatie op de bekende hooimadam, maar een dekbed of dikke deken doet het ook goed!)
Yoghurt en volle melk (in rode verpakking – in NL is dat magere melk 🙂
Het principe is eenvoudig: in de yoghurt zitten bacteriën die de lactose in volle (vette) melk kunnen omzetten in melkzuren. Dit heet fermenteren. Een béétje yoghurt kan een liter melk dus omtoveren tot méér yoghurt. Maar, dit kan alleen als het lekker broeierig warm is en als je materiaal goed schoon is.
Melk en yoghurt in de pan en alles in de aanslag….
Aan de slag: Schenk de melk in de pan en doe er twee volle eetlepels yoghurt bij. Roer het goed door en zet het op laag vuur. Roer het steeds rond en steek er af en toe de thermometer in. !! Erbij blijven, want het gaat allemaal heel snel!! Als de temperatuur van het melkmengsel 42 graden is, draai je het vuur uit. Als het melk/yoghurt mengsel warmer dan 43 graden wordt, gaan de yoghurt bacteriën dood en wordt de melk geen yoghurt.
… nog even en dan kan het vuur uit…
Doe daarna de deksel op de pan en zet het geheel in de Hooimiep. Heb je die niet? Verstop de pan dan in je dekbed of wikkel het in een deken. De bedoeling is dat het melkmengsel lang warm blijft, waardoor de yoghurt bacteriën gezellig kunnen fermenteren.
Mijn “yoghurt-in-de-maak” gaat in de Hooimiep
Laat de yoghurt ongeveer 6 – 12 uur lekker broeien in de hooimiep/deken/dekbed. Daarna schep je het over in (twee) plastic bakjes met deksel en gaat het de koelkast in om lekker friskoud te worden en nog ietsje dikker te worden. Je kan deze yoghurt zo´n 4-5 dagen bewaren. Je zou het laatste restje yoghurt opnieuw kunnen gebruiken voor een volgende fermenteerronde. Zelf doe ik dat alleen als ik geen kleine yoghurtjes meer in huis heb. Kijk, of yoghurt maken op deze manier echt besparend is, weet ik niet maar we kúnnen hier geen literpakken yoghurt kopen. Op deze manier heb ik meer yoghurt in één keer, zonder een hele berg afval. Dus op een andere manier is het toch een soort besparing, toch? Nog een fijne bijkomstigheid: de gefermenteerde melk (yoghurt) bevat goede bacteriën en is daarmee goed voor je darmflora. En door je yoghurt zélf te maken, weet je precies wat erin zit! Wil je een keer extra romige yoghurt? Roer er als de pan van het vuur is, een scheutje slagroom doorheen…. Smullen!

Rust in de tent

Elk jaar zo in de tweede helft van november begint het hier te gonzen. Natuurlijk omdat het hoogseizoen qua toerisme gelukkig weer een beetje op sterkte komt, maar ook om iets anders: De eerste “breedgeschouderden” worden gespot. Ze lopen nog wat onwennig door de straten in korte broeken en vaak steken de witte benen in sokloze sportschoenen of badslippers. Wij weten inmiddels hoe laat het is en zien in de dagen die volgen steeds meer van deze “breedgeschouderden”.

 

Ze strijken neer op terrasjes en bestellen voor een weeshuis. Écht. Broodjes Americano (sla, tomaten, uien kaas, ham en een gebakken ei) en hamburgers worden per twee besteld en weggewerkt alsof het niets is. Doe er ook nog maar een portie papas (friet) bij. ´s Avonds zien we ze opnieuw op de terrasjes moeiteloos grote borden pasta naar binnen werken. Als je erop let, lijkt het alsof ze de hele dag kauwend doorbrengen. Ze lachen, herkennen andere “breedgeschouderden” en vormen heel langzaam een eigen communie. De communie die vooral geen enkel probleem heeft om heel veel calorieën naar binnen te werken en totaal niet zit met “een pondje meer”.

 

In diezelfde tijd worden worden er in de haven vlaggen gehesen van verschillende landen. We zien onder andere de vlaggen van het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Denemarken, Finland, Ierland, de Verenigde Arabische Emiraten, Zwitserland, Zuid Afrika, Spanje, de Kaaimaneilanden, Amerika en Australië. Ook komen langzaamaan de speciale roeiboten binnen vanuit diezelfde landen, die een speciale afgeschermde plek krijgen in de buurt van de haven – we hebben vanuit ons huis er goed zicht op. De “breedgeschouderden” zijn daar dagelijks te vinden en druk met het prepareren van hun roeiboten. Wij kijken met verbijstering hoeveel eten en drinken er in alle hoeken en gaten wordt gestopt. Men maakt zich op voor een titanenstrijd:

 

La Gomera is jaarlijks in december het vertrekpunt van de Talisker Whisky Atlantic Challenge (afgekort TWAC), waarbij men roeit voor een gekozen goed doel. Het is een prestatietocht om roeiend de oversteek van La Gomera naar Antigua te maken. Ja, je leest het goed, roeiend. Al zit er ook een wedstrijdelement in, ik schrijf bewust een prestatietocht, want iedereen die hier vandaan vertrekt en dáár aankomt, is automatisch al een HELD. En in mijn ogen ook een winnaar.

 

Met een traject van ruim 4700 km trotseren deze titanen zeeziekte, kou, golven van meer dan zeven meter en stromingen om aan de overkant te komen. Met onderweg een dagelijks verbruik van ca. 8000 calorieën en een verlies van gemiddeld 12 kilo aan gewicht, snap ik wel waarom ze tevoren nog zoveel mogelijk naar binnen werken 😉

2013 – Toen hing er nog een helicopter boven het startveld. Inmiddels vervangen voor drones 🙂 Foto: Mirjam Polman

We hebben de afgelopen dagen roeiers gesproken die de uren aftellen om vooral te kunnen gáán. We hebben ex-roeiers gesproken die de race al eens hebben geroeid en hier zijn om de nieuwe roeiers aan te moedigen. En we hebben teams ontmoet die er dit jaar bij zijn als voorbereiding op hun eigen start in 2022, bijvoorbeeld Two-Inna-Row. Allemaal zijn ze gedreven, enthousiast en supergemotiveerd om dit bizarre avontuur in elke vezel te voelen. Om een ongekende prestatie te leveren, grenzen te verleggen en jezelf opnieuw te vinden.

Foto: TWAC

Waren het vroeger vooral breedgeschouderde mannen, we zien de laatste jaren ook steeds meer vrouwen die deze strijd aangaan. Het is een traject van minimaal 18 maanden zowel geestelijke als lichamelijke voorbereidingen en training. Sommigen gaan solo de strijd aan, anderen hebben een team gevormd waarbij er een roulerend systeem ontstaan van roeien, rusten en eten. Je vindt de teams van 2021 hier en je kan de teams live volgen via de YB Races tracker. Iets wat heel leuk is om te doen vanaf de bank… 🙂

Vandaag was het vertrek. Elke roeiboot start afzonderlijk met een startschot, in gejuich bijgevallen door supporters, achterblijvers, familie en vrienden. Morgen – en misschien vanavond al – worden de vlaggen weer binnengehaald en vertrekken de achterblijvers naar huis. Dan keert de rust weer terug.

De Winnaars van 2020 – Nederlanders! Foto: TWAC

Wintertijd

We hebben regen gehad!!

Schreef ik onlangs dat er niet zoveel regen is gevallen, afgelopen vrijdag hadden we zowaar een échte regenachtige dag. En wat genoot ik daarvan! ….En wat klinkt dat gek als je uit een land komt waar er vaak op regen gemopperd wordt 🙂

Het begon eigenlijk op donderdagmiddag al. Terwijl we buiten stonden te praten vielen de eerste dikke druppels en trokken we snel alles naar binnen. Het werd een heuse regenbui met plassen op de straten! Op vrijdagochtend kwam het met bakken uit de hemel. De hele grijze, stoffige natuur kon genieten van een heerlijke douche!! Maar, het ging voor het mooie nét even te hard. Het water gutste óver het land en had weinig tijd om echt in de droge grond te zakken. (toch even mopperen.. )

We zijn tussen de middag in de auto gestapt en over een smalle weg een stuk de bergen in gereden. Alles is dan zó mooi groen! En als je uitstapt, hoor je overal water ruizen. En het ruikt…. alsof je verse groenten en kruiden aan het snijden bent voor een soep, zó lekker!

Foto: Mirjam Polman

In de auto is het dan oppassen want het regenwater vormt snelstromende riviertjes met modder en stenen, dwars over de weg heen. Opgedroogde olie en vuil van maanden maakt dat de weg een zeepbaan wordt bij zoveel regen. Of er schuift een grote berg rotsen en stenen de weg op, onder druk van het water wat zich een weg baant.

De regen was maar van korte duur, halverwege de vrijdag werd het weer zonnig en viel er steeds minder vaak een buitje. Het was niet te vergelijken met 2018, toen er veel regen viel en het met enorme kracht van de bergen kwam.

Ongeveer op dezelfde plek als de eerste foto, maar nu in 2018. Je ziet de watervallen en het regenwater wat zich verzamelt in het ravijn (een barranco). (foto: Gomera Verde)

Deze enorme hoeveelheid water zocht zich een weg via de barranco naar het aangelegde stuwmeer. Er moesten sluizen open, want het stuwmeer zou anders overstromen….

Foto: Gomera Verde

Ook dan valt het water in een diepe natuurlijke geul die men verstevigd en verhoogd heeft. Hierdoor kan het water redelijk gecontroleerd naar zee wegstromen. Die geul, de barranco, staat eigenlijk altijd droog. We wandelen er weleens in, het lijkt op een droge rivierbedding met aan aan zijkanten versteviging in de vorm van muren. Als er zoveel water doorheen komt, wordt het een woest kolkende rivier die alles mee sleept.

vlakbij zee, met zicht op de bergen, 6 km landinwaarts. Rechts wordt het overvloedige regenwater uit de stad geloosd. (foto: Mirjam)

Hieronder een indruk hoe dat eruit zag. Men filmt vanaf de stad tot in de bergen.

 

Bron: Gomera Verde

Uiteindelijk kwam al het overtollige regenwater wat niet meer opgevangen kon worden, uit bij de zee. En daar ontstond een vreemd beeld. Een dikke stroom chocolademelk-kleurig regenwater wat met kracht de blauwe zee in stroomde. De branding en het chocolademelk-kleurige regenwater stroomden en golfde tegen elkaar in. Een bijzonder schouwspel – kijk zelf…

Film: Ewold Polman

Zondag

Zondag… Sinds kort is dat ook voor ons een vrije dag. Samen met maandag vormt het ons weekend, tenzij er cruiseschepen gepland staan, dan gooien we de winkel bij uitzondering open.

Zondag is echt zo´n dag om los te komen van het werk. Het begint vaak met een ontbijtje buiten en een wasmachine die aan het werk gezet wordt. Vaak ga ik daarna de keuken in om “voorwerk” te doen: maaltijden maken voor de week die komt. Al heb ik een ouderwets drie-pits gasfornuis tot mijn beschikking met daaronder een oven die een beetje eigenwijs is, we komen een heel eind! Het is soms even schuiven met de pannen, als niet alles tegelijk op het vuur kan maar overal is een oplossing voor. Twee soorten groenten kunnen ook op één pitje warm gemaakt worden: ik hang bovenin de pan met de ene groenten, een zeef met daarin de tweede soort groenten. Of ik zet Mijn Hooimiep in (mijn variant op de Hooimadam – zie internet) die veel warm kan houden en het langzaam laat garen, zonder gebruik van gas.

Ik maak een ovenschotel, kip-kerrie met veel verse groenten, en soep. Alles in XL formaat, zodat we er meerdere dagen mee uit de voeten kunnen. Aangevuld met een salade of een pitabroodje kunnen we op de dag zelf lekker snel aan tafel.

En wat is er leuker om dan de soep te eten uit ouderwetse boerenbont kommen!

Breek de dag, tik een eitje!

Naast ons ligt een moestuin, op verschillende terrassen die steeds 2 meter lager liggen, afgebakend met muurtjes van grote stenen en rotsen die van het land af kwamen. De eigenaar – Ramon – verbouwd er van alles, ongeveer 9 maanden per jaar. Alleen in juni, juli en augustus liggen de moestuinwerkzaamheden stil in verband met de (te) hoge temperaturen. Maar in september gaan de eerste zaden, aardappels en jonge plantjes de grond weer in en is hij er vrijwel dagelijks mee in de weer. Het is net zoals in Nederland, maar dan anders: in Nederland ligt de moestuin stil in de koude winter, hier ligt de moestuin stil in de hete zomer.

Na de zomer is Ramon bijna dagelijks in zijn moestuin te vinden, het is een fijne aanvulling voor het onderhoud van zijn gezin met opgroeiende puberkinderen. Wieden, snoeien, opbinden, afknippen… alles wat aan groen van de moestuin komt, gaat naar zijn kippen, helemaal op het onderste terras, bijna op de bodem van het ravijn. Ramon is goed voor zijn kipjes. Ze hebben een heel ruim verblijf van gaas, met deels planken en een klimplant over de bovenkant, voor de schaduw. Als ik op het balkon sta, hoor ik ze zacht en tevreden koeren en tokken. Het lijkt alsof ze tegen elkaar praten, zo gezellig!!

Ondanks een hoog ommuurde tuin hebben we geen ruimte voor een toompje kippen. Het leuk me zo leuk, van die bolle dametjes in de tuin en af en toe een eitje, supervers! Jammer hoor, maar niet getreurd, ik maakte met verf en penseel mijn eigen kipjes boven de keukendeur….

Watermanagement

Het afgelopen jaar is er bij ons, vlakbij zee op het lagere gedeelte van het eiland, slecht op een paar dagen regen gevallen. Let wel, geen dágen regen zoals in Nederland, maar: op een paar dagen wat buien of buitjes. Als het regent, is het tussen oktober en maart. Doordat de temperaturen in die periode overdag niet zo hoog zijn en de nachten vochtig zijn, veranderd het eiland dan al snel in één groene vlakte. We hebben dan zelfs weleens wat dauw ´s morgens vroeg! In die koelere periode (18 – 23 graden) kan je als het ware alle planten hóren groeien. Wat eerder nog een woestijnlandschap leek, heeft opeens een groene waas en niet lang daarna groeit en bloeit alles!

 

In de bergen is het van oktober tot maart aanzienlijk koeler, zo tussen de 10 en 16 graden. In dat gebied valt daardoor vaker regen en hangt er meestal bewolking, in ieder geval in de late nacht en vroege ochtend. Het vocht in deze bewolking slaat neer op de bomen en struiken: voldoende vocht waardoor dit gedeelte van het eiland altijd groen is. Dit dichtbeboste gebied heeft de naam Garajonay, is bekend door zijn eeuwenoude laurierbossen en staat inmiddels op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Garajonay. Een gebied waarin je eindeloos kunt wandelen.

Hoe verder je naar de kust rijdt, hoe minder regen er valt. Zoals ik deze blog al begon, het regende slechts een paar keer het afgelopen jaar. La Gomera heeft geen ontziltingsinstallatie om het zeewater om te zetten naar zoetwater, al zijn er wel veel gesprekken, debatten en onderzoeken. De eerste ontziltingsinstallatie op de Canarische Eilanden stamt uit 1964 en staat op Lanzarote. Sindsdien werden op de grotere Canarische Eilanden meer ontziltingsinstallaties gebouwd en in gebruik genomen. Maar dit kraanwater is bij lange na nog geen drinkwater – zie onderstaande tabel. In de rechterkolom (weliswaar in het Spaans) is te lezen dat in sommige streken het kraanwater helemaal niet gedronken mag worden, of niet door kinderen onder de 3 jaar, of zwangere vrouwen…. 🤔

Bron: @TappWater

Terug naar de regenbuien. Die zullen waarschijnlijk minder of anders worden, aangezien het klimaat wereldwijd veranderd. Er zijn inmiddels jaren waarin de waterbekkens bijna niet worden aangevuld in de winter, door het uitblijven van “fatsoenlijke” regenbuien. In de krant lezen we regelmatig hoe groot de waterreserves zijn. Zeven jaar geleden was bijvoorbeeld in maart al 80% van de bekkens gevuld. Een goed jaar dus.

Aangezien op La Gomera (nog) geen ontziltingsinstallatie staat, wordt de regen dus zoveel mogelijk opgevangen en gekanaliseerd naar 37 speciaal aangelegde waterbekkens, waarvan er 24 groter zijn en meer lijken op een stuwdam (Presa de Embalse). Met dit water worden wij voorzien van zoetwater. De waterbekkens liggen verspreid over het eiland vanwaar het na zuivering gedistribueerd wordt naar de dorpen en huizen. Maar ook hier geldt: kraanwater maar geen drinkwater.

Presa “La Encantadora” – Vallehermoso
Close up van het kleine gehuchtje wat bij het waterbekken “La Encantadora” ligt…

Dit voorjaar hadden we een paar buien en daardoor vrij lege bekkens waarmee we de zomer in gingen. Er wordt dan op allerlei manieren aandacht gevraagd om zuinig te zijn met watergebruik. Bijvoorbeeld met publicaties en flyers, maar ook door in de nacht of avond het water tijdelijk af te sluiten.

http://www.7-vidas.es/wp-content/uploads/2017/08/water.jpg

Puur water, gefilterd door de bergen. Epina – La Gomera

We zijn ons ervan bewust dat zoet water geen vanzelfsprekendheid is. Kort douchen, waterbesparende wasprogramma´s van de wasmachine, kraan dicht bij tandenpoetsen en dweilwater gebruiken bij de toilet. Het is verboden om zelf je auto op straat te wassen en soms wordt er gevraagd om ook geen tuinen te sproeien. Bij gebrek aan goed drinkwater, kopen we dus water in flessen. Regelmatig rijden we met een grote voorraad 8-literflessen van de supermarkt naar huis. Maar dat plastic wat we daarmee gebruiken, zit me niet lekker. Misschien toch tijd voor een eigen filtersysteem onder in een keukenkastje deze winter?