Zij van dat Eiland

Over het wel en wee op een eiland in de Atlantische Oceaan

De Landrover

Als je woont op een eiland, hoort er een Land Rover bij. Vooral voor een hartstochtelijke fan (lees: de man des huizes), die in 2016 onze Land Rover in Nederland achter moest laten om daarna achter het stuur te kruipen van een soepgroene Fiat Doblo, met nog nét geen gehaakt toiletrol-hoesje op de hoedenplank.

Deze wissel had te maken met ingewikkelde documenten en papieren die nodig waren bij het invoeren van onze niet-standaard-Land Rover. Erg ingewikkeld en moeilijk gedoe, waar we geen zin in hadden. Dán maar een heel standaard auto invoeren en later eens kijken naar een Land Rover. En zo geschiedde.

Die Fiat was trouwens wél een dapper ding, een pakezel die “ons hele leven” achterin gepropt meesjouwde over de Pyreneeën, dwars door Spanje heen, naar Cadiz. Zónder mekkeren of morren, gewoon doorbuffelen! In Cadiz aangekomen verdween het groene pakezeltje in een grote ferry, die ons in 48 uur over zee naar ons nieuwe onderkomen op La Gomera bracht.

Genoeg over de Doblo.

Het is 29 juni 2017. Een Land Rover zoeken is niet zo moeilijk: internet is geduldig. Maar omringd door veel water en het vasteland op een kilometertje of 1400 afstand, maakt het zoeken lastiger. Niet gehinderd door deze factoren zijn we eerst maar eens gaan kijken wat we precies willen en wat we er precies verder mee willen.

Gaan we een Land Rover zoeken waarmee we alleen op het eiland knorren? Het eiland waar de maximum snelheid slechts op drie plaatsen 70 km per uur is? Of willen we ook wel eens overvaren naar andere eilanden waar meer verkeer is. Waar zelfs twee- of vierbaans wegen zijn? Welke aanpassingen willen en kunnen we zelf nog maken in de Land Rover? Zoeken we een ‘opknapper’ of gaan we voor een degelijke basis waarop we verder kunnen bouwen? Willen we er straks alleen mee rijden, of ook in kunnen overnachten?

Aangezien we een beetje afgelegen wonen ten opzichte van Europa – aldaar een groot aanbod van Land Rovers – hadden we twee keuzes. Een Land Rover zoeken op het vasteland of op de eilandengroep en moeten we misschien daardoor wat geduld hebben? We gaan voor het laatste en hebben tijd om onze plannen verder uitwerken.

We vinden dat we er in moeten kunnen slapen. Omdat de man deze huizes het een geweldig model vindt, zoeken we daarom een Defender 110. Het kan maar duidelijk zijn 😉 We willen er ook in kunnen verblijven als het iets minder goed weer is. Dus een beetje zitruimte achterin. En opbergruimte, voor als we wat langer dan een paar dagen weg gaan, is ook plezierig. Je hoeft overigens niet IN een Land Rover te slapen, het kan er ook op. Willen we een authentieke daktent, willen we een super geïntegreerde daktent (je kan dan vanuit de auto naar boven) of iets ertussenin?

Om nu alleen een goed onderstel te kopen en de rest opnieuw op te bouwen leek ons geen goed idee. Het liefst een auto waarbij de achterkant al leeg is, dus geen extra bankjes of stoeltjes – dat scheelt weer slopen. Ik ben nog een nieuwkomer in het leren kennen van een Land Rover. Ik vind het supergrote auto’s waarbij instappen met een rokje aan toch heus een onderneming is ,-) Op het verlanglijstje werden dus ook meteen ‘bij alle deuren instap-stepjes’ gezet.

Na een telefoontje met de verkoper, hadden we nog meer informatie was de beslissing gemaakt. Dit leek een Land Rover die in ons zoekplaatje paste. Met een vliegticket en twee tickets voor twee verschillende ferry-oversteken ging heer des huizes op pad. Een dagreis om een slordige 400 kilometer de overbruggen en te “kijken” naar een Land Rover uit 2005.

En natúúrlijk, het was liefde op het eerste gezicht. Voorzien van een Spaans kenteken, de jaarlijkse keuring nét achter de rug en alle papieren van onderhoud en reparaties. Bij een administratiekantoor werden de papieren overgeschreven en daarna kon man des huizes de terugtocht beginnen. Ditmaal een dagreis én een overnachting, want met drie boot-overtochten tussen de eilanden sluit e.e.a. echt niet optimaal aan. Maar ach…wie heeft het daar nou over als je net zo’n mooie Land Rover hebt? Thuis, bij het doornemen van de papieren kwam nog een aardigheidje naar voren. Op de dag van de koop was het precies twaalf jaar geleden dat hij uit de fabriek kwam rollen.

Daar staat ´ie dan. Even snel een foto gemaakt op een landweggetje….

Een zoektocht

De Land Rover heeft een speciaal plekje in het hart van E, de man des huizes. Voor mij speelt het sentiment voor een Land Rover veel minder, al vond ik het wel een bijzonder stoere auto na de eerste kennismaking in een ver verleden. Toen we besloten op het eiland in de Atlantische Oceaan te gaan wonen, was het best een probleem om onze ‘Nederlandse’ Land Rover mee te nemen. Je kan een poosje rond blijven rijden met je auto met Nederlands kenteken, maar vroeg of laat geeft dat problemen en we konden niet blijven uitstellen.

De Land Rover hier ‘in te laten burgeren’, had heel wat voeten in de aarde. In de loop der jaren waren er kleine dingen aangepast aan de auto. Een opstapje om makkelijker in en uit de auto te komen bijvoorbeeld en de auto had bestickering. En “dus” klopten de papieren vanuit de fabriek niet meer met hoe hij er nu uit zag. En dat gaf problemen bij de heren van de keuringsdienst alhier.

 

Er werd gemeten met een duimstok, wat we niet echt begrepen. De mannen liepen gewichtig rond de Land Rover. Kropen er zelfs onder, keken ernstig. Vooral de lengte (??) bleek een probleem. Die week af van de papieren die we hadden overhandigd. Tsja, er zat een andere bumper op, die zorgde voor die centimeters verschil. Opgelost zou je denken. Nee….dat kon niet zomaar, ja het verschil in centimeters zat daarin maar dat maakt nog niet dat de auto goedgekeurd is, ben je mal! Een opstap-stepje aan de achterkant hoorde er niet op. Staat ook niet op de fabriekspapieren. Dus ja, nóg een probleem en de stickers. Die horen er ook niet op. Kort en goed: het gaf teveel gedoe.

Dus hebben we de Land Rover in ons laatste verblijf in Nederland ingeruild voor de meest standaard auto die we konden vinden. Online al het een en ander bekeken. In Nederland bekeek ik bijna neurotisch de uiteindelijk gekozen auto. Toch geen gekke dingen erop of eraan? Naast de handige laadruimte die we nodig vonden, moest er vooral niets extra’s aan zitten. Géén extra’s of buitenissigheden, eenvoud only alsjeblieft. Hij moest immers inburgeren en zonder teveel gedoe door de keuring komen. Geen uiterlijk vertoon, alleen een transportmiddel om ons van A naar B te brengen. En zo geschiedde.

Enfin. Het werd een soepgroene Doblo met een flink laadvermogen. Een beetje een deceptie na de stoere Land Rover Discovery. Het leek een soort aquarium, met al die ramen rondom… Maar och, wat was het een trouw karretje en wat kon er veel in! En omdat er ook dakdragers op zaten, konden we daar ook nog veel op kwijt toen we weer vanuit Nederland vertrokken. Al was het geen Land Rover, het soepgroene karretje werd onze trouwe ezel. Hij bracht ons zonder sputteren 2500 kilometer zuidelijker. De langzaam-oplopende snelwegen in Frankrijk en Spanje nam hij op zijn eigen tempo, maar zonder morren. Hij had geen moeite om twee etmalen lang vervoerd te worden in de buik van een groot schip en daarna weer door te tuffen naar de eindbestemming.

Compleet volgeladen op pad!

De invoering en nieuwe kentekenplaten waren toen allemaal in no-time geregeld. De trekhaak gaf nog even ‘una problema’ bij de keuring. Ewold demonteerde ter plekke dat ding vakkundig waardoor de inburgering al snel een feit was. Onze soepgroene ezel deed het goed, zelfs wekelijks naar de andere kant van het eiland was geen probleem. Snorrend deed en doet hij zijn werk. We zien er overigens veel van rijden. Oude, afgetrapte karretjes van oude, verweerde mannetjes die met hun Doblo van het land komen rijden. Vaak ligt de oogst aardappelen los in de achterbak, of grote bossen maisblad. Moeder de vrouw maakt daar weer manden van.

Nieuwere exemplaren rijden hier rond als bestelauto en scheuren in de tweede versnelling krijsend de steile weggetjes op. Blijkbaar doet dit soort autootje het goed op het eiland.
Inmiddels rijden we al een heel poosje met dit autootje rond en komt hij probleemloos door de keuringen heen. Maar het blijft toch een soepgroen ezeltje en blijft de Land Rover lonken…..

Robuust, onverwoestbaar en meer passend bij onze wensen. Je raad het al, een zoektocht is gestart.

De markt

De zondag betekent werken, aan de andere kant van het eiland. Normaal gesproken pakken we de dag er vóór de auto in zodat we zonder veel gedoe op de vroege zondagochtend weg kunnen. De markt in Valle Gran Rey, waarop ik verkoop, staat bekend om de handgemaakte spullen en bijzonder sfeer. Deze markt is het hele jaar rond en begint om 09.00 uur op zondagochtend, tot 15.00 uur ‘s middags. Een schappelijke tijd zou je denken, ware het niet dat wij aan de andere kant van het eiland wonen. Het eiland zelf is ca. 30 kilometer in doorsnee maar de wegen van oost naar west of van noord naar zuid zijn bijna het dubbele.

De weg naar de markt is er één van veel bochten, slingerwegen en hoogteverschillen. Ter plekke volgt het uitladen, uitpakken en opbouwen van het hele spul. Daarna is het eerst tijd voor een kop koffie aan de rand van het pleintje. De uitbater ziet ons vaak al aankomen en schuift dan twee kopjes onder de machine. Lekker, gloeiendhete koffie! Al moet de dag voor velen nog beginnen, wij zijn er helemaal klaar voor! Door deze activiteiten begint onze zondagochtend dus nogal vroeg. Om 6.15 uur gaat onverbiddelijk de wekker en oh, wat vind ik dat erg!

In tegenstelling tot in Nederland is het hier op dat tijdstip nog donker, in de zomer en de winter. Hier geen langzaam vervagen van ‘nacht’ naar ‘dag’. Geen schemer waarbij het om 04.30 uur in de zomer al licht wordt. De schemertijd duurt hier -zomer of winter – niet langer dan een half uur. Van 06.50 tot 07.20 uur in de zomer en in de winter een half uurtje later. Daarna is het licht gewoon ‘aan’. In de avond gaat het licht op dezelfde manier ‘uit’. In de zomer rond 21.30 uur, in de winter is het tegen 19.00 uur donker.

Als we op zondagochtend opstaan, is het dus nog donker. Vaak is de wind behoorlijk aanwezig. Het doet mij denken aan de herfst-ochtenden in Nederland, als je vroeg naar je werk moet. De mooie zomer ligt achter je en je weet dat je onherroepelijk naar de winter schuift. Het geluid van de razende wind kondigt de eerste storm aan. En al is het hier niet zo, toch heb ik vaak dat herfstgevoel op zondagochtend, omdat de wind zo tekeer gaat. Als zomer- en avondmens is het dan altijd even ‘doorbijten’.

De terugweg ziet de wereld er heel anders uit en genieten we van de omgeving en de natuur. Die is adembenemend mooi en maakt de hele knorrige zondagochtend weer goed 🙂

De Cactusvijg

Vrijwel alles komt hier vers van het land. En eerlijk is eerlijk, zo vers van het land en van het seizoen smaakt het lekkerst. Helemaal als het naast je huis met liefde is geteeld. Op de overdekte markt beneden, is er steeds een ander aanbod, afhankelijk wat rijp is. Ik kom er graag, kan er de taal oefenen en ik geniet van de bedrijvigheid. Hierdoor ontwikkel je vaste adresjes en ontstaat herkenning. Het zijn de marktvrouwen die me begroeten met ‘Dime, mi Niña’ (zeg het maar, m’n kind..) Heel voorzichtig komen er gesprekjes op gang, de pareltjes van de dag. Ik ga in ieder geval altijd naar huis met een mand vol vitamine C 🙂 soms in onbekende vorm. Zoals de cactusvijg.

De Cactusvijg is hier iets zoals paardenbloemen die in Nederland overal staan. De cactus waaraan ze groeien is hier vaak manshoog en heeft 30 – 60 cm grote platte en stekelige schijven. Die schijven staan weer min of meer haaks op elkaar. Staan ze bij de liefhebber in Nederland in de vensterbank in miniformaat, hier groeien ze manshoog, of meer. Naast buurmans’ groentetuin staat een groot waterbassin waartegen zo’n jongen van zo’n 3-4 meter staat. Officieel heet zo’n stekelig typje een Opuntia ficus-indica. Wist je dat een cactusvijg hier echt niet als onkruid wordt gezien maar als een welkome aanvulling op het fruit wat hier groeit? Aan de rand van het ravijn staan ze ook, een man was afgelopen week aan het plukken. Gewapend met dikke handschoenen en een houten pincet plukte hij elke rijpe cactusvijg en deed ze in een emmer.

Het formaat van de cactusvijg een slag groter dan de kiwi en iets slanker. Ze liggen in kisten en kratjes en verlopen van zachtgeel naar rozerood en dieprood. Een groene cactusvijg is nog niet rijp, deze moet je nog niet kopen. Cactusvijgen hebben kleine bruine puntige uitsteeksels over de schil en geen zichtbare stekels. Thuis heb ik ze wat dikker geschild en door de sapcentrifuge gedaan. Er zitten namelijk veel harde pitten in een cactusvijg.  De smaak van de cactusvijg? Verrassend! Het lijkt erg op dat van peer of meloen. Heerlijk om te mixen met ander fruit of yoghurt. Kom je de cactusvijg ergens tegen? Gewoon eens proberen!

Zorg dat je de cactusvijg schilt met dikke handschoenen aan of met ‘mes en vork’. Ik schilde ze met mijn blote handen…. Ik ontdekte dat je dat beter niet kunt doen. De cactusvijg blijkt hele kleine – bijna onzichtbare – stekeltjes te hebben, met weerhaakjes. Als je niet oplet, heb je er heel veel in je handen en geniet je dubbel van de cactusvijg….dagenlang… 😉

Hoe het ooit begon….

Hoe we op dit eiland verzeild geraakt zijn? Nou….

In 2012 verbleven we een paar weken op El Hierro, het kleinste eiland van de Canarische Archipel. Als je spreekt over reizen naar de Canarische eilanden, wordt vaak geroepen dat ´je er met een uurtje of vier á vijf bent´. Klopt, maar niet naar El Hierro.

El Hierro is niet direct ´aan te vliegen´ vanuit Europa. Je landt op Tenerife en hebt dan twee opties: óf je stapt via een busreis van een uur naar het vliegveld in het noorden, vouwt jezelf daar in een klein lokaal vliegtuigje en scheurt in een uurtje door het luchtruim naar El Hierro, óf je laat je in een half uurtje met een taxi naar het zuiden brengen en gaat met een Ferry naar El Hierro.

Die Ferry doet er bijna drie uur over. Om ´zo snel mogelijk´ op onze vakantie (duik)bestemming te zijn, hadden we besloten om de heenweg met het vliegtuigje te gaan. Maar, om zo láng mogelijk in vakantiestemming te blijven aan het einde van onze vakantie, zouden we voor de terugweg de Ferry nemen. Goed plan!

´Zo snel mogelijk´ op onze vakantiebestemming zijn, was nog wel een dingetje….

Na een voorspoedige vlucht van Amsterdam naar Tenerife Zuid, kwamen we bepakt en bezakt aan op Tenerife Noord. De bus had er flink de sokken in gehad, we waren ruim op tijd. Om 14.00 uur zouden we vliegen. Buiten was het zwaarbewolkt en er dreigde regen…. Niet iets wat je meteen bedenkt als je over de Canarische Eilanden spreekt, toch?

In de verte zagen we het kleine groen-witte vliegtuigje taxiën en we konden vrij snel aan boord. De vlucht was niet volgeboekt, dat was duidelijk.

Donkere wolken pakken zich samen….

Nee, ik kan het beter anders schrijven: Er waren slechts enkele andere reizigers (4) op deze vlucht, we reden met een vrijwel leeg vliegtuig naar het begin van de startbaan. Vlak voordat het brullend het luchtruim koos, sloeg de stewardess een kruisje. Wat?!

Het ging wel een beetje wiebelig maar toch, we zaten in de lucht en schuin onder ons zag ik de zee en grote tankers voor de kust. We waren onderweg naar El Hierro!

Dacht ik.

Het vliegtuig bleef onrustig en bonkerig en had duidelijk last van het slechte weer wat boven Tenerife en richting het zuiden hing. Vliegen is niet mijn grootste hobby, een klein vliegtuigje best een beetje spannend en in combinatie met al die onrust in de lucht, zat ik niet bepaald ontspannen achterover! Na een poosje maakte het vliegtuig een scherpe bocht en sprak de piloot ons in het Spaans toe: we vliegen terug naar het vliegveld, het weer is té slecht om te landen op El Hierro.

Aldus geschiedde.

We hobbelden en bobbelden weer terug. Ik was blij om weer vaste grond te voelen. De vlucht werd opnieuw ingepland voor 18:00 uur. We hingen wat rond, dronken koffie en probeerden vooral opgewekt te blijven: het slechte weer zou vast wel snel overtrekken.

Dan maar een echte Cortado om de tijd door te komen!

Het was al schemerig toen we opnieuw konden boarden. Ditmaal was het hele vliegtuig propvol en heerste er een soort lacherige sfeer. Mensen met tassen op schoot, die naar huis gingen na een week werken op Tenerife en een klein aantal toeristen – waaronder wij.

De start ging voorspoedig maar hoe dichter we El Hierro naderden, hoe onrustiger het werd. De landing werd ingezet maar ook weer afgebroken, en opnieuw ingezet. Bij elke luchtzak joelden de reizigers, alsof ze in een kermisattractie zaten. Ik vond het een beproeving en het huilen stond mij nader dan het lachen. Een oudere mevrouw naast mij verblikte en verbloosde niet van al die onrust, “dit is wel vaker zo” zei ze vriendelijk, ik begreep dat ze vaker heen en weer pendelde tussen de eilanden. “de valwinden langs de rotsen maken landen op het vliegveld soms niet makkelijk” zei ze. Het stelde me niet gerust. Helemaal niet toen de piloot meldde dat hij toestemming ging vragen om tegen de richting in te landen. Wat?!

Hij kreeg geen toestemming dat klonk voor mij als muziek 😉 en onder veel gejoel (of was het protest?) draaiden we om naar Tenerife.

Spannend verhaal kort: we keerden terug naar Tenerife. Ik had mijn buik er vol van en wilde niet (nee, echt niet!!) meer vliegen. Dan maar liever extra kosten maken en naar de haven om met een ferry naar El Hierro te gaan. En waarom moesten we nou eigenlijk zo ver weg op vakantie?

We boekten een hotel, gingen onder de wol en konden de volgende dag opnieuw vliegen (én nu wel landen) op El Hierro. Toen was het helder en kon je duidelijk zien dat het geen heel makkelijk vliegveld is bij stormachtig weer. Na heerlijke weken stapten we uitgerust en met heel veel nieuwe indrukken op de Ferry die ons naar Tenerife zou brengen. We hadden stoelen overdwars, vóór een hoog panorama-raam aan de zijkant van de ferry.

Wát een heerlijke terugtocht, toen bleek dat we ook nog een tussenstop hadden in de haven van San Sebastián op La Gomera! We wisten dat tevoren niet, maar hoe leuk is dat om nog een glimp van een ander eiland te zien?

Om aan te leggen, moet de ferry een draai om zijn as maken in de haven van San Sebastián. We kregen daardoor letterlijk en figuurlijk een panoramablik op het stadje en de omgeving en waren op slag verliefd. En dat, terwijl we het alleen nog maar zágen en nog geen voet aan wal hadden gezet. Maar het zaadje was geplant….

Terug in Nederland werkten we – met het beeld van La Gomera op ons netvlies – naar een modus waardoor we jaarlijks een paar wintermaanden op La Gomera konden leven en werken. Konden proeven van het leven op een eiland. Het lukte en smaakte naar meer: die paar maanden groeiden jaarlijks uit tot steeds meer maanden. In 2015 besloten we definitief op dit prachtige groene eiland te gaan wonen en werden wij “zij van dat eiland”…